aug 302010
 

img_4671

Ooit trof ik een man die me het belang van het woord ‘eigenlijk’ bijbracht. “Eigenlijk is onzin, zelfverlakkerij. Of je wilt iets, of je wilt het niet.”

Leef maar eens een jaar zonder geld, dan kom je achter veel ‘eigenlijksen’. Je komt er achter wat je ‘eigenlijk’ wil. Omdat geld een barrière kan worden om te doen wat je echt wilt: soms weerhoudt het gebrek eraan je te doen wat je wil (of geeft je tenminste een goed excuus om niet uit de veren te komen), maar vaker maakt geld dat het makkelijker is (omdat je er genoeg van hebt) om een surrogaat te kopen.

Surrogaat. Dat brengt me terug bij de koffie. Iets wat ik heel heel heel graag dee’, was in de stad ergens neerstrijken voor koffie met appelgebak. Met Max, sinds hij er is. Ultiem gezellig. Dacht ik. In 2010 doe ik dat niet meer (tenzij iemand me tracteert). Dus als ik zin heb om te koffieleuten ga ik naar iemand toe. Een vriend. De An-Dijvie. Singeldingen. Ergens waar ik mensen ken. En ik realiseer me: dat is wat ik eigenlijk wil. Het ging helemaal niet om die appeltaart: ik wilde onder de mensen zijn, en de V&D restauratie was een makkelijk maar beetje troosteloos surrogaat. Eigenlijk.

aug 272010
 

Vrijdagavond, Skypen met een vriend in Berlijn. Max’ tweede schoolweek zit erop en hoewel ik mezelf beloofd had dat ik pas in september weer voluit aan het werk zou gaan voelde zelfs het rustig voorbereiden van wat er deze herfst en winter komen gaat als druk. Maar toch, in tegenstelling tot april, mei, juni, juli… voel ik dat ik weer mijn eigen tempo kan herpakken. Ik vertel dat dat zo’n grote uitkomst is van dit jaar, dat ik een langzaam kind was, maar van mijn omgeving begreep dat dat niet zo gewenst was, en dat ik mezelf geleerd heb om op te schieten. Ralph reageert:  “aha, dus Slow Food is okay, maar Slow Carolien niet…” We grinniken.

img_4733

A propos slow food: vrijdagmiddag verzorgde ik een lunch voor een creatieve sessie door een coach; een wederdienst voor een sessie.

jul 192010
 

dia positief oscar-van-rompay-leon-voorberg

[foto: bewerkt van jaapvanheusden.nl]

Gisteren “Win/Win” gezien, in het Ketelhuis. Hij stond tijdens het Filmfestival op mijn verlanglijstje als Eerste Film Over De Kredietcrisis, maar het kwam er niet van. Enfin, mijn tweede kans. De film was een teleurstelling (beetje langzaam samenraapsel van clichés over het leven op de beursvloer) maar ik vond er wel een mooie scene over “hoe beursjongens afreageren” (behalve bij de hoeren): op een speedboot. “Wil je even? Toe maar…” Met een kleine voetbeweging ben je de koning van de waterspiegel. Hoe anders is dat met zeilen, waar je je eerst kundig en nederig moet tonen om een samenwerking met wind en water aan te mogen gaan. Geld is ook een soort fossiele brandstof: als je ermee smijt, kun je hard leven, waar en wanneer je wil. Zonder geld gaat het soms langzaam, soms gevaarlijk hard, maar je bent steeds afhankelijk van allerlei omstandigheden en relaties. Beide lifestyles vind ik zeer charmant. Allebei zijn ze vrijheid, elkaars diapositief.

jun 042010
 

100604 blog

Herman Wijffels spreekt (tijdens de slotconferentie aan het eind van 6 jaar Kennisnetwerk voor Systeeminnovatie):

Wijffels ziet onze maatschappelijke opgave als een integrale en culturele opgave: we staan voor een overgang naar een radicaal andere manier van leven: werken, consumeren, en produceren. Mijn werken en consumeren zijn door een jaar zonder geld – zonder opzet – radicaal veranderd. Dus mogen zijn woorden abstract klinken: ik voel, ik doorleef wat hij bedoelt. Wat frustrerend: giet ik mijn ervaring in woorden, staat het er weer net zo abstract als zijn lezing. I guess you have to be there…

Tot mijn genoegen stelt hij de vraag naar “wat is het goede leven”. Ook dit blijft een holle exercitie als je niet jezelf in een positie brengt waarin die vraag persoonlijke relevantie krijgt. Want het gaat hier – denk ik – weer niet om het vinden van een goed antwoord, maar om het vinden van een proces. Liever vraag ik dan ook naar “hoe goed te leven”. Voor mij is dat: ga doen wat je echt denkt te willen (de facto: breng jezelf in een lastig parket) en zie waar je creativiteit je brengt.

Bij een nieuwe term veer ik op: “transrationeel” leven. Vanuit ons Newtoniaanse, mechanistische wereldbeeld scholen we onze kinderen op hun rationele vaardigheden. Als je sociaal, emotioneel, motorisch talentvol bent dan is dat leuk maar niet iets om in te groeien. Wijffels zegt: “heel de mens. Laten we de potenties van een mens integraal verkennen, een leven lang.” Weer zie ik een onopzettelijk maar positief effect van mijn leven zonder geld: als wetenschapper was ik ook alleen maar een hoofdje. In mijn leven zonder geld mag ik andere talenten in de strijd gooien: van doortimmerde verhalen bouwer naar kokende, sportende, adviserende, ondernemende, lerende, netwerkende, acquirerende, aannemende, uitproberende, loslatende vrouw. Dit jaar heelt mij – zo voelt het echt. Maar zoals ik al zei: I guess you have to be there. – Leven zonder geld, anyone?

Referentie:

www.ksinetwork.nl

mei 292010
 

img_3873

Zaterdagochtend, tegen negenen. Max en ik fietsen naar de biowinkel om onze wekelijkse café-dienst waar te nemen. Ik heb weer eens een idee: zo’n mooi groot houten bord buiten met zwarte schoolbordverf. Want we zitten vlak bij de loop van een drukke winkelstraat. “Een klant heeft ons LETS-punten gegeven, misschien zit daar iets in de database?” Maar Fred weet het: “hiernaast heeft een buurman zo’n ding in de tuin staan…” Ik sta op de patio al over de heg te gluren: “RUNDERGEHAKT 2,75” staat er in roze letters op. Het bord ziet er behoorlijk verregend uit. Perfect: waarschijnlijk heeft de buurman mentaal afscheid genomen van zijn klapbord.
Ik loop de winkel uit en sla de hoek om: naast de wasserette zit een Turk met grillkippen. “Hoi, ik ben van de biologische winkel en ik zoek zo’n bord als u in de tuin heeft staan…” Hij kijkt op van zijn koffie, verbaasd en met lachende ogen. Door een gangetje met nieuwe tegels, vooroorlogs terazza en de lucht van koud vlees lopen we naar achter. Daar staat het. Kapot aan één kant maar “van niets naar iets is my middle name” dus het bord gaat mee.
Een kwartier later pronkt het schoon en heel op de winkelstraat: “15 stappen naar cappucino en verse muntthee”.
En omdat onze nieuwste collega (Dunja gaat elke maandagmiddag natuurgeneeskundig consult houden) bij haar “sollicitatie” zelfgebakken taart meebracht is het bedankje zo gedaan: met een puntje appelcake op een bordje. Max komt mee.
Als ik ‘savonds thuis komt ligt er een zakje in de brievenvanger: zo’n maismeelzakje uit de winkel, met drie nogal onbiologische chocolade repen erin. En een briefje eraan. Het duurt tot bovenaan de trap voor ik de puzzel opgelost heb. Dan moet ik er van glimmen.

mei 232010
 

De lavas voor de tosti's.

De lavas voor de tosti's.


Werkeloosheid bestaat niet: want er is altijd en overal werk. Leuk werk, nuttig werk, mooi werk. Banen zijn kleine, arbitraire uitsneden uit dat eindeloze landschap, geleid door toevallige financiële kaders. Als ik wil, pas ik mij in die kaders (ik heb de mazzel dat blijkbaar te kunnen). Maar vandaag werd ik weer vreselijk gelukkig van lekker buiten spelen: een stuk of 53 cappuccino’s gemaakt tijdens Singeldingen.
Hoeveel mensen worden hoeveel gelukkiger als we de kaders wat losser zouden maken? En wat zou het betekenen voor onze economie?

PS. Singeldingen is een feestje-in-het-park, negen zomerweken lang. Het biedt de mensen in mijn buurt een plek om te verpozen, en dat hebben we hier verder niet echt. Stiekem is Singeldingen zo een boost voor de lokale economie, en een aanjager van werkgelegenheid.

apr 192010
 

img_3510

April is een harde les. Nou ja: een les. Het eerste kwartaal heb ik vooral zo genoten van dit leven omdat het me toestond mijn eigen tempo te hervinden. Ik was als kind behoorlijk traag – snel afgeleid door de buitenwereld of juist door mijn eigen innerlijk. De buitenwereld gaf me duidelijk te verstaan dat het beter was om op te schieten. (Elke keer als ik Max tot spoed maan ben ik me hiervan pijnlijk bewust. Hij helemaal verdiept in het uitvinden van zijn eigen maillot-aantrek-methodiek; ik roffelend van ongeduld.)
Vraag me niet waarom maar in april ben ik weer gaan rennen. Er moest iets of ik wilde iets; ik weet het niet. In ieder geval heb ik met behulp van ambitie mijn gevoel van vrijheid grondig weten te saboteren. Met een spannende deadline (28 april) en het begin van een vakantie (1 mei) voor de boeg leek het me bovendien een goed idee om koffie, alcohol en nicotine een maand te laten.
Het aandeel chagrijnige dagen steeg tot 2010 record-hoogte, afgelopen vrijdag liepen drie uit drie afspraken de soep in en woensdag liet ik in een onbezonnen actie en tot mijn grote spijt Max’ haar kortwieken. Hallo! Waar zijn we mee bezig?
Gisteren kwam de kentering: met zondigen, maar dan precies genoeg. Ik gaf geld uit: van rondslingerend kleingeld kocht ik twee bioscoopkaartjes à vijftig cent voor mijn flirt en mijzelf, en bij de picknick nam ik een glas wijn.
Het was precies genoeg ["Taru Wo Shiru"] want ‘s avonds gaf de tango mij wat ik blijkbaar even moest voelen. Na de eerste stroeve dans dacht ik: en nu ga je traag wezen, je passen rustig afmaken, zelfs al denk je dat je achter de muziek aankomt. Het maakte een verschil van dag en nacht. Ik dacht: jeetje. Jeetje wat laat ik mij opjagen door wat ik denk dat mensen van mij willen. En wat is het fijn om pas verder te gaan als je er klaar voor bent.

mrt 152010
 

“Companies harness the force of other people through economic transactions. Governments do it through coercion or legal instruments. Our model of collective action is based on voluntary engagement. We believe that people, when given free reign over their time, their energy, and their choices, can create deeply satisfying lives for themselves while contributing to a richer and better world for everyone around them.”
… dat kan ik alleen maar beamen…
Bron: de principes van het Rotterdam Collectief.
www.ro-co.nl

feb 172010
 

Soms zit ik op mijn knieën met een mes oude verf van de vloer te krabben. Dat is dan mijn werk. Mensen komen de winkel in en gaan weer, we groeten. Weten zij wie ik ben? Ik kijk door hun ogen naar mezelf en realiseer me hoe senang ik me voel. Deemoedigende klussen maken me niet onzeker over wie ik ben of wat ik kan. Want het is in balans: soms gaat het over de vloer schrobben in een oud biologisch winkeltje, en soms over adviezen formuleren in glanzende hotels.

Tijdens de voorbereidingen van een jaar zonder geld zag ik mijn werkende bestaand openen als een waaier. Ik combineerde toen al drie dagen universiteit met mama zijn en twee uur lesgeven op een sportschool, maar nu werd mijn portfolio ineens echt divers. Daar werd ik blij van: ik ben geen mens om vijf dagen per week hetzelfde te doen, in ongeveer de dezelfde modus (zoals achter een computer). Ik geniet intens van mijn bonte verzameling aan taken: mama, wetenschapper, instructeur, adviseur, kellner, educatief ontwerper, pr-vrouw, ondernemer…

Het doet me denken aan “Walden Two”, een beschrijving van een utopie door B.F. Skinner, (overigens een grootheid uit de psychologie)… waarin het normaal is dat iedereen zowel met zijn hoofd als met zijn handen werkt. Het één wordt ook niet beter betaald dan het andere.

Referentie:

B.F. Skinner (1948). Walden Two. Indianapolis: Hackett Publishing Company.

http://en.wikipedia.org/wiki/Walden_Two

feb 102010
 

“Maar…. wat doe je dan?”

In mijn antwoord op die vraag kom ik steevast op een een punt waar ik vertel over mijn verbazing hoe leuk ik mijn ‘nodige portfolio’ vind: de projecten die ik doe om in mijn onderhoud te voorzien. Dat ik weliswaar hoop om ook nog tijd over te houden voor pro deo projecten (dat was immers de aanleiding voor mijn experiment), maar dat zelfs als ik alleen maar toe zou komen aan m’n ruilprojecten, ik een erg gaaf jaar ga hebben.

Verbazing want: dat is toch maar mazzel, dat de projecten die je doet om te kunnen overleven, ook leuk en verrijkend zijn.

(Bijvoorbeeld: het project dat ik doe met de biologische winkel – het opzetten van een cafeetje-in-de-winkel – is iets waar ik al jaren geleden over kon lopen dagdromen. En het project voor het lokale restaurant – het ontwikkelen van educatie voor buurtkinderen, over lokale voedselproductie en stadslandbouw – sluit naadloos aan bij mijn professionele ontwikkeling naar actie-onderzoeker en dus het trainen van mijn vaardigheden om met groepen te werken.)

Deze week snapte ik ineens dat het geen toeval is.

Hier is een ander selectiemechanisme aan het werk: voor mijn “levensbehoeftes” ben ik afgestapt op bronnen die ik leuk vind; mensen die me inspireren. Van alle partijen die in mijn behoeftes zouden kunnen voorzien, heb ik steeds dìe uitgekozen die me lagen. Dat werkt blijkbaar: op serendipische wijze vulde mijn portfolio zich met projecten die mijn partners en ik bijzonder mooi vinden.

Kaethe, onze logee tijdens het Internationale Theater Festival, had het al begrepen. Ze zei: door jouw verhaal voel ik me aangemoedigd om te kiezen voor projecten met mensen die ik gaaf vind, ook als ik daarvoor meer rendabele of prestigieuze projecten laat liggen.

Het lijkt wel of, als je met mensen gaat werken die je gaaf vindt, de mooie inhoud en de vergoeding vanzelf volgen…

Andere voorbeelden die de werking van relaties illustreren:

In actie-onderzoek staat of valt elk project met het opbouwen van een relatie met de community waar het project zich afspeelt. (In klassiek wetenschappelijk onderzoek – “normal science”wordt je als onderzoeker juist geacht je afzijdig te houden: je verzamelt je data en trekt je weer terug.)

Een fotojournalist vertelt me hoe hij werkt: “natuurlijk maak ik mooie plaatjes, maar mensen zijn enthousiast nog voordat ze maar een foto gezien hebben. Dat komt omdat ik met ze praat, en wil weten wat hun verhaal is. Ik wil snappen waarom ik die foto maak. Dat voelen ze.” Hij hoeft niet te acquireren, en geniet van zijn opdrachten.