feb 102010
 

“Maar…. wat doe je dan?”

In mijn antwoord op die vraag kom ik steevast op een een punt waar ik vertel over mijn verbazing hoe leuk ik mijn ‘nodige portfolio’ vind: de projecten die ik doe om in mijn onderhoud te voorzien. Dat ik weliswaar hoop om ook nog tijd over te houden voor pro deo projecten (dat was immers de aanleiding voor mijn experiment), maar dat zelfs als ik alleen maar toe zou komen aan m’n ruilprojecten, ik een erg gaaf jaar ga hebben.

Verbazing want: dat is toch maar mazzel, dat de projecten die je doet om te kunnen overleven, ook leuk en verrijkend zijn.

(Bijvoorbeeld: het project dat ik doe met de biologische winkel – het opzetten van een cafeetje-in-de-winkel – is iets waar ik al jaren geleden over kon lopen dagdromen. En het project voor het lokale restaurant – het ontwikkelen van educatie voor buurtkinderen, over lokale voedselproductie en stadslandbouw – sluit naadloos aan bij mijn professionele ontwikkeling naar actie-onderzoeker en dus het trainen van mijn vaardigheden om met groepen te werken.)

Deze week snapte ik ineens dat het geen toeval is.

Hier is een ander selectiemechanisme aan het werk: voor mijn “levensbehoeftes” ben ik afgestapt op bronnen die ik leuk vind; mensen die me inspireren. Van alle partijen die in mijn behoeftes zouden kunnen voorzien, heb ik steeds dìe uitgekozen die me lagen. Dat werkt blijkbaar: op serendipische wijze vulde mijn portfolio zich met projecten die mijn partners en ik bijzonder mooi vinden.

Kaethe, onze logee tijdens het Internationale Theater Festival, had het al begrepen. Ze zei: door jouw verhaal voel ik me aangemoedigd om te kiezen voor projecten met mensen die ik gaaf vind, ook als ik daarvoor meer rendabele of prestigieuze projecten laat liggen.

Het lijkt wel of, als je met mensen gaat werken die je gaaf vindt, de mooie inhoud en de vergoeding vanzelf volgen…

Andere voorbeelden die de werking van relaties illustreren:

In actie-onderzoek staat of valt elk project met het opbouwen van een relatie met de community waar het project zich afspeelt. (In klassiek wetenschappelijk onderzoek – “normal science”wordt je als onderzoeker juist geacht je afzijdig te houden: je verzamelt je data en trekt je weer terug.)

Een fotojournalist vertelt me hoe hij werkt: “natuurlijk maak ik mooie plaatjes, maar mensen zijn enthousiast nog voordat ze maar een foto gezien hebben. Dat komt omdat ik met ze praat, en wil weten wat hun verhaal is. Ik wil snappen waarom ik die foto maak. Dat voelen ze.” Hij hoeft niet te acquireren, en geniet van zijn opdrachten.

 Leave a Reply

(required)

(required)

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>