dec 202010
 

img_6176

Wat kan ik schrijven? “Een magisch jaar gaat ten einde…” wat kan ik schrijven zonder in oersaaie superlatieven te vervallen? “Ik raad het iedereen aan”? Nee; iedereen moet zijn eigen weg gaan. “Laten we met zijn allen op zoek gaan naar het grijze gebied tussen de markt en de verzorgingsstaat” klinkt al relevanter.

Het laatste jaar heb ik me mens gevoeld in mijn werk. Eigenaar gevoeld van mijn werk. In contact met de mensen met wie ik samen werk. Daar is iets te halen voor ons allemaal.

Uiteindelijk, aan het eind van dit jaar, met de laatste verplichtingen nagenoeg achter de rug voel ik een rust over me komen die ik nog niet eerder zo gevoeld heb. Het is de rust van iemand die beseft dat ze voor zichzelf kan zorgen. Niet alleen in de zin van: ik krijg wel brood op de plank, ook in de zin van: ik heb eraan geproefd hoe het is om te werken op een manier die ik vol kan houden, die recht doet aan mijn energie en richting. Persoonlijke duurzaamheid. Wat is daar voor nodig? In wat voor structuren gedijt dat soort arbeidsethos?

Telkens kom ik weer terug bij de metafoor van het lerende kind en het ouderschap dat dat vergt. Als ik teveel doe ontneem ik m’n kind de kansen om te leren, om fouten te maken, om te voelen dat het ‘zelf’ doet. Als ik te weinig doe durft het misschien helemaal niks of gaat het zo fout dat er schade ontstaat…

Ik weet hoe ik verder ga: met voorrang voor rust, en voor de spelende mens. Ik weet niet hoe het verder gaat met Nederland, met het monetaire systeem en de marketing van de angst. Als we om te beginnen zoveel mogelijk kinderen laten filosoferen over wat ze belangrijk vinden, en het met ze hebben over “goed voor jezelf zorgen” en “samenredzaamheid”. Weet je? Ik denk dat de rest daar uit zal moeten volgen…

Photo courtesy: Inge Rambags.

nov 152010
 

“Ik ben net 20 maanden in Indonesie geweest.”

Als mijn opdrachtgever (voor volgend jaar, voor geld, voor iets wat ‘zomaar’ is ontstaan) vertelt dat hij het tot leefregel verheven heeft om elke twee jaar werk af te wisselen met een jaar vrij, weet ik dat het met onze relatie wel goed gaat komen.

“Gewoon, om een boot te bouwen. Ik heb altijd al iets met zeilen gehad.”

Als je twee jaar werk en een jaar vrij neemt dan dwingt dat tot keuzes maken: je kiest een bijzonder doel voor je kostbare vrije tijd, je maakt dat je je klus klaart in de werkperiode die je afbakende. Het geeft een ritme aan je leven waar we allemaal naar verlangen: inspanning en ontspanning, dagen en nachten, weken en weekenden, restrictie en vrijheid. Balans.

okt 192010
 

Geachte Wijsgeer,

Wat fijn om u even te hebben gesproken. Normaal zou ik het nu heel kort
houden, maar na onze summiere uitwisseling durf ik wel iets uitvoeriger te
schrijven. Ik hoop dat u de vijf minuten neemt om deze brief uit te lezen.

Ik leef niet geheel zonder geld. Niet zoals Mark Boyle in Engeland, die
zichzelf autarkisch gemaakt heeft. Mijn jaar is geen aanklacht tegen geld
of tegen de consumptiemaatschappij, maar een zoektocht naar “trouw aan
mezelf” en deelnemen aan de maatschappij op een manier die mijn
integriteit intact laat. Ik wilde dus niet autarkisch leven: ik wilde
vooral werken op een manier waar ik en de anderen gelukkig van worden.
Juist intens deelnemen aan de maatschappij. Niet als freak gezien worden,
maar een relatief normaal leven leiden.

Kun je in Nederland zonder geld leven?
Op mijn blog staan de uitzonderingen opgesomd. Om een
voorbeeld van een uitzondering te noemen: ik betaal gewoon mijn
gezondheidsverzekering (het toeval wil dat ik twee uur in de week voor een
Achmea Health Center werk, en daarmee ongeveer de helft van de kosten
“terugverdien”, maar dat terzijde). Een voorbeeld waar ik de regels volg:
Eneco levert een jaar lang stroom en gas om niet, in ruil voor een advies
dat ik voor ze geformuleerd heb.

Hoe het begon
“Stel je voor, dat niemand meer een baan had, en iedereen gewoon
leefde…” Dat riep Li An Phoa op een goede avond. En bij mij vielen
puzzel-stukjes op hun plek. Ik dacht: ja, zo wil ik leven. Ik wil gewoon
bijdragen wat ik kan, op een manier die voor mij fijn is, en dat de
samenleving me draagt. Dat we elkaar dragen als iedereen kan doen waar-ie
goed in is en blij van wordt. Is dit een verkapt verlangen naar een
communistisch ideaal?

Dus dacht ik: ik ga het gewoon doen. Ik ga mijn baan opzeggen en werken
aan projecten die me aan het hart liggen, met mensen die me inspireren. In
eerste instantie wilde ik van mijn spaargeld gaan leven, maar de kritiek
van een vriend deed me besluiten om het “experiment” zo in te richten dat
het in principe doenlijk is ook zonder zak geld. Binnen een half jaar had
ik een set aan “ruilen” geregeld die me toestonden om zonder inkomen toch
te overleven: voor eten, om mijn appartement te kunnen blijven betalen, en
zelfs voor de tangoschool. En voila: mijn banksaldo is door het jaar heen
stabiel gebleven, ook zonder loon. Ik voel me veilig.

Toch druk
Overigens loop ik al maanden rond met het idee om u te benaderen, maar het
kwam er maar niet van. Terwijl… een vrijbuiter zoals ik zou toch heel zelfstandig over haar
tijd moeten kunnen beschikken. Toch werk ik harder dan ooit. Ik heb
ervaren dat, zelfs al ben ik vrij, ik elke keer weer bewust moet
“her-ijken”: ben ik nog bezig met mijn prioriteiten? Want ik ga
voortdurend beloftes aan die ik wil nakomen. Elke keer opnieuw moet ik
mezelf zeggen: “ja, dat is belangrijk, maar de manier waarop is vrij; zoek
de manier die bij je past.”

Succes
Ook al heb ik het druk en nog een lange weg te gaan in werkelijk trouw
zijn aan mezelf; ik ben blij met mijn jaar. Het werkt “helend” voor mij.
Ik durf veel meer naar mezelf te luisteren, mijn eigen tempo aan te
houden. Ik definieer mezelf niet meer door mijn “carrière”, maar ervaar
dat als ik dingen doe waar ik in geloof, waar ik aan hecht, mij dat
werkplezier en fijn samenzijn met andere mensen oplevert. En daar gaat het
uiteindelijk om. Daar wordt ik gelukkig van. Succes is wat anderen
definiëren; levenskwaliteit is “mijn heel persoonlijke succes”. Ik heb
voor 2011 verschillende aanbiedingen voor betaald werk, en ik zal er een
beetje van aannemen, maar voorlopig ga ik niet terug naar een fulltime
baan.

Aandacht voor mijn jaar
Uw reflecties op mijn ervaringen; daar ben ik heel benieuwd naar. En
wellicht interesseert het u om te horen welke overwegingen uit de
filosofie ik herken. Leefregels herken, voel dat ze werken, of juist
niet… De manier waarop we dat zouden kunnen doen? Misschien in een
briefwisseling die we publiceren in een krant? Of een eenmalig
duo-interview. Of een advies aan Job Cohen… dat was mijn oorspronkelijke
idee (ik was er van overtuigd dat hij onze premier zou worden). Natuurlijk sta ik open voor elke
suggestie van uw kant.

Met allerhartelijkste groet, ik zie uit naar uw reactie.

sep 252010
 

Csikszentmihalyi

Foto: www.cgu.edu/pages/5479.asp

Al sinds vijftien jaar hou ik me er min of meer full time mee bezig: “waarom en hoe veranderen mensen?” (Vanwaar die nieuwsgierigheid? Omdat ik de wereld van een milieuramp wilde redden. Maar goed.) Bijna net zolang dee’ ik erover om erachter te komen dat de wetenschap er maar matig in slaagt om met antwoorden te komen (wat komt omdat ze in een bepaald paradigma hangt, maar dat terzijde).

Voor een lezing aan het Haags Vrouwen Netwerk vroeg ik een vriendin die zich ook uitgebreid met het vraagstuk bezighield om raad: per e-mail kreeg ik een parel van een antwoord. Over verandering van binnenuit citeerde ze Csikszentmihalyi:
“Alleen zij die zich verandert, blijft zich trouw.”

Toelichting:

Csikszentmihalyi noemt dit flow en zegt zoiets als: “wie gelukkig is, groeit, ontwikkelt zich. Doet wat ze kan en zoekt haar grenzen op. Als een grens overwonnen wordt, zoekt ze naar de volgende uitdaging om haar eigen grenzen te overwinnen en verdere groei mogelijk te maken” (paraphrase door Cornelia Eybisch.)

Het veld waarin Csikszentmihalyi werkt wordt overigens aangeduid als “positieve psychologie” – laten we ons niet blind staren op het repareren van anomalie-en, maar laten we leren van positieve voorbeelden. All for it. “He’s discovered that some highly creative people find satisfaction by inventing a career or job for themselves” (bron: http://www.brainchannels.com/thinker/mihaly.html). Ik kan het alleen maar be-amen en aanbevelen.

aug 062010
 
Loana Carlotta. Zeven weken. Misschien wel het eerste kindje sinds Max waarover ik me heel ontspannen durf te ontfermen. Zou ze het voelen?

Ik fiets achter een pak appelsap. Het pak appelsap – gewoon, niet bio, in Tetra verpakt – zit in de fietstas van een meneer die blijkbaar net boodschappen heeft gedaan want er puilen nog meer spullen uit zijn bruine fietstassen. En ik hoor mezelf denken: “wat ongezellig.” Ongezellig? – Ja, zo’n supermarkt waar je de mensen niet kent en ook geen idee hebt waar de spullen vandaan komen laat staan wie ze gemaakt hebben. Zij kennen jou niet, geen idee wat je doet voor de kost en of je in de buurt woont of 672 km verderop.

Ik lees de Süddeutsche Zeitung (van 6 Augustus). In een artikel over geborgenheid wordt Hans Mogel (Universiteit Passau) geciteerd: “Ich habe in den letzten Tagen buddhistischen Mönche getroffen, die keine Frau haben, keine Familie, die nur Reis essen – aber sie fühlen sich geborgen.” En ik denk “alleen rijst is sober. Maar hij weet wel wie hem de rijst gegeven heeft, en wie hem voor hem heeft gekookt”. Maar goed, Mogel zou de geborgenheid van de monniken herleiden tot hun meditatieve levenshouding en niet tot een of ander slowfoodconcept.

Ik weet waar mijn eten vandaan komt. Ik heb een relatie met de mensen die mijn bron zijn en dat vind ik een prettig gevoel. Het heeft mij geborgenheid; ik hoor een beetje bij hen, en ze zullen me niet zomaar in de steek laten. Onwillekeurig vraag ik me af hoe het zou zijn als mensen weer trouwer zouden zijn aan bepaalde winkels. Als het op de een of andere manier normaal zou zijn de boodschappen maar bij een of twee winkels te doen. Natuurlijk weerspreekt dat onze huidige standaards van vrije keuze maar toch. Het lijkt mij een stuk gezelliger.

"Der Mensch lebt nicht vom Brot allein" Een toevalstreffer op deze dag.

img_4416

jul 192010
 

dia positief oscar-van-rompay-leon-voorberg

[foto: bewerkt van jaapvanheusden.nl]

Gisteren “Win/Win” gezien, in het Ketelhuis. Hij stond tijdens het Filmfestival op mijn verlanglijstje als Eerste Film Over De Kredietcrisis, maar het kwam er niet van. Enfin, mijn tweede kans. De film was een teleurstelling (beetje langzaam samenraapsel van clichés over het leven op de beursvloer) maar ik vond er wel een mooie scene over “hoe beursjongens afreageren” (behalve bij de hoeren): op een speedboot. “Wil je even? Toe maar…” Met een kleine voetbeweging ben je de koning van de waterspiegel. Hoe anders is dat met zeilen, waar je je eerst kundig en nederig moet tonen om een samenwerking met wind en water aan te mogen gaan. Geld is ook een soort fossiele brandstof: als je ermee smijt, kun je hard leven, waar en wanneer je wil. Zonder geld gaat het soms langzaam, soms gevaarlijk hard, maar je bent steeds afhankelijk van allerlei omstandigheden en relaties. Beide lifestyles vind ik zeer charmant. Allebei zijn ze vrijheid, elkaars diapositief.

jun 302010
 

img_3997

Soms zijn er van die dagen dat het hard waait. Een overlijdensbericht, het vertrek van een vriend, ruzie. Dit was er zo eentje. Een situatie glipte door mijn vingers – voor de zoveelste keer liep een gesprek uit op ruzie. Geheel tegen mijn mores in zei ik tegen mezelf: vandaag hoef ik niet te werken. Laat maar even – dit is belangrijker. Tot mijn verrassing bleef het gebruikelijke schuldgevoel uit. Als een kind heb ik huilend het hoofd in de schoot van een vriendin gelegd. En toen zij weg moest ben ik naar de volgende vriend gegaan voor troost. We hebben geluncht op een stijger in de Maas. Zon, water, wind, ruimte en lieve woorden.
Met mijn batterij vol knuffels, “gezien zijn” en een gewassen ziel kon ik naar huis. Aan het werk – met zin en goede moed.

apr 192010
 

img_3510

April is een harde les. Nou ja: een les. Het eerste kwartaal heb ik vooral zo genoten van dit leven omdat het me toestond mijn eigen tempo te hervinden. Ik was als kind behoorlijk traag – snel afgeleid door de buitenwereld of juist door mijn eigen innerlijk. De buitenwereld gaf me duidelijk te verstaan dat het beter was om op te schieten. (Elke keer als ik Max tot spoed maan ben ik me hiervan pijnlijk bewust. Hij helemaal verdiept in het uitvinden van zijn eigen maillot-aantrek-methodiek; ik roffelend van ongeduld.)
Vraag me niet waarom maar in april ben ik weer gaan rennen. Er moest iets of ik wilde iets; ik weet het niet. In ieder geval heb ik met behulp van ambitie mijn gevoel van vrijheid grondig weten te saboteren. Met een spannende deadline (28 april) en het begin van een vakantie (1 mei) voor de boeg leek het me bovendien een goed idee om koffie, alcohol en nicotine een maand te laten.
Het aandeel chagrijnige dagen steeg tot 2010 record-hoogte, afgelopen vrijdag liepen drie uit drie afspraken de soep in en woensdag liet ik in een onbezonnen actie en tot mijn grote spijt Max’ haar kortwieken. Hallo! Waar zijn we mee bezig?
Gisteren kwam de kentering: met zondigen, maar dan precies genoeg. Ik gaf geld uit: van rondslingerend kleingeld kocht ik twee bioscoopkaartjes à vijftig cent voor mijn flirt en mijzelf, en bij de picknick nam ik een glas wijn.
Het was precies genoeg ["Taru Wo Shiru"] want ‘s avonds gaf de tango mij wat ik blijkbaar even moest voelen. Na de eerste stroeve dans dacht ik: en nu ga je traag wezen, je passen rustig afmaken, zelfs al denk je dat je achter de muziek aankomt. Het maakte een verschil van dag en nacht. Ik dacht: jeetje. Jeetje wat laat ik mij opjagen door wat ik denk dat mensen van mij willen. En wat is het fijn om pas verder te gaan als je er klaar voor bent.

mrt 152010
 

“Companies harness the force of other people through economic transactions. Governments do it through coercion or legal instruments. Our model of collective action is based on voluntary engagement. We believe that people, when given free reign over their time, their energy, and their choices, can create deeply satisfying lives for themselves while contributing to a richer and better world for everyone around them.”
… dat kan ik alleen maar beamen…
Bron: de principes van het Rotterdam Collectief.
www.ro-co.nl

mrt 072010
 

Joep Dohmen (2008, p. 131) over Friedrich Nietzsche:

“Hij streed voor een authentieke stijl van leven die door de moderniteit weliswaar mogelijk is geworden, maar tegelijkertijd in de kiem dreigt te worden gesmoord.”

We schrijven hier einde 19de eeuw, maar deze paradox heeft niets aan actualiteit ingeboet. Mij fascineert het dat vrijheid blijkbaar zo lastig te omarmen en uit te nutten is. En dan triomfeert het “slaafse leven”, in Dohmen’s woorden:

“Slaaf is degene die het leven niet durft te nemen zoals het werkelijk is: onzeker, met wisselende kansen, doortrokken van lust en pijn, boordevol toeval en noodlot, en hoe dan ook eindigend met de dood.”

Is het daarom zo moeilijk? Is er daarom moed voor nodig om je vrijheid te nemen? Over de weg van minder weerstand:

“De slaaf conformeert zich aan de regels van de groep en verdwijnt in de massa. Hij duldt geen inmenging en weigert zijn onzekerheden toe te laten.”

Referentie:

Joep Dohmen (2008). Het Leven als Kunstwerk. Rotterdam: Lemniscaat.