dec 282010
 

“Een bijstandsmoeder kan dit niet doen.”

Waarom wordt ik zo nijdig als ik dit hoor over mijn experiment? Overal ontmoet ik bewondering en nieuwsgierigheid, dus ja: ik ben verwend met positieve aandacht. En ja: ik wil ook openstaan voor kritiek. En inderdaad: een bijstandsmoeder zal het zwaar hebben met het realiseren van een dergelijk experiment.

Ik ben natuurlijk geraakt uit gevoelde miskenning: ik heb me een slag in de rondte gewerkt om dit jaar zo vorm te geven dat het in principe voor elke Nederlander doenlijk zou moeten zijn. Ik heb mezelf een soberheid aangemeten die me slagkracht en focus gaf, maar die de meesten zou afschrikken.

Maar vooral wordt ik nijdig als mensen liever wegkijken dan nadenken.

Want de vraag achter de sneer is (denk ik): wat is het essentiële verschil tussen een bijstandsmoeder en Carolien? Carolien is moeder, alleenstaand maar niet alleenopvoedend. Carolien was gewend aan een inkomen van ongeveer vijftienhonderd Euro en lage woonlasten (zeg vierhonderd Euro).

Maar het verschil zit’m niet in de materie, maar in de angst. Angst om het eind van de maand niet te halen, angst om je kind te kort te doen. Angst voor buitensluiting, stigmatisering. Angst om van geen betekenis te zijn. Een moeder, ingebed in een eigen netwerk, behept met een overtuigd moederschap en zich bewust van haar kunnen en van haar betekenis voor de mensen om haar heen; die vrouw zal met vlammend allure iets uithalen zoals eenjaarzondergeld.

De bewering kwam van dichtbij, zoals altijd met verraad. Maar vergeef je minnaars en je zusters voor die enkele keer dat ze achter je rug spreken. Uiteindelijk heb je aan jezelf de zwaarste dobber. Mijn nijd komt uit mezelf, uit onzekerheid die alleen maar vraagt: ben je werkelijk trouw aan jezelf?

dec 202010
 

img_6176

Wat kan ik schrijven? “Een magisch jaar gaat ten einde…” wat kan ik schrijven zonder in oersaaie superlatieven te vervallen? “Ik raad het iedereen aan”? Nee; iedereen moet zijn eigen weg gaan. “Laten we met zijn allen op zoek gaan naar het grijze gebied tussen de markt en de verzorgingsstaat” klinkt al relevanter.

Het laatste jaar heb ik me mens gevoeld in mijn werk. Eigenaar gevoeld van mijn werk. In contact met de mensen met wie ik samen werk. Daar is iets te halen voor ons allemaal.

Uiteindelijk, aan het eind van dit jaar, met de laatste verplichtingen nagenoeg achter de rug voel ik een rust over me komen die ik nog niet eerder zo gevoeld heb. Het is de rust van iemand die beseft dat ze voor zichzelf kan zorgen. Niet alleen in de zin van: ik krijg wel brood op de plank, ook in de zin van: ik heb eraan geproefd hoe het is om te werken op een manier die ik vol kan houden, die recht doet aan mijn energie en richting. Persoonlijke duurzaamheid. Wat is daar voor nodig? In wat voor structuren gedijt dat soort arbeidsethos?

Telkens kom ik weer terug bij de metafoor van het lerende kind en het ouderschap dat dat vergt. Als ik teveel doe ontneem ik m’n kind de kansen om te leren, om fouten te maken, om te voelen dat het ‘zelf’ doet. Als ik te weinig doe durft het misschien helemaal niks of gaat het zo fout dat er schade ontstaat…

Ik weet hoe ik verder ga: met voorrang voor rust, en voor de spelende mens. Ik weet niet hoe het verder gaat met Nederland, met het monetaire systeem en de marketing van de angst. Als we om te beginnen zoveel mogelijk kinderen laten filosoferen over wat ze belangrijk vinden, en het met ze hebben over “goed voor jezelf zorgen” en “samenredzaamheid”. Weet je? Ik denk dat de rest daar uit zal moeten volgen…

Photo courtesy: Inge Rambags.

nov 222010
 

img_5805

The NeighbourHub is open… Samen met de eerste expositie en de cultuurscout van Delfshaven deden we de aftrap. Honderd blije mensen vulden de ruimte waar ik mijn hart ingestopt had… Kun je voorstellen dat ik zondagavond in de ban was van het mysterie “leven”?

nov 132010
 

Anne stapt eruit. Ze stopt met werken. Anne is één van mijn zaterdagochtendklanten bij de An-Dijvie (serendipiteit: de An-Dijvie heeft zich voor mij ontpopt tot bron van ontmoetingen met interessante mensen; interessant ook voor m’n andere projecten. De creatieve crème van Delfshaven komt er. Biologische winkel als netwerk-plek.)

Anne is lief en Anne neemt de tijd voor haar koffie verkeerd met honing. Dus biecht ik bij haar: “ik merk dat, zelfs nu ik bezig ben met mijn droom-project, ik in dezelfde paniek kan geraken als vroeger… de frustratie is weg, maar de emoties blijven. Blijkbaar hoort het ook bij mij om mezelf steeds weer onder druk te zetten…” Anne verstaat me en zegt: “weet je, je kunt jezelf verliezen in de berg dingen waarvan ze bijdragen aan je doel. Maar je mag er ook op vertrouwen dat jouw energie al genoeg is. Laat het maar gebeuren.”

Pause, breathe and be still. Nog acht dagen te gaan tot de opening van the NeighbourHub.

aug 062010
 
Loana Carlotta. Zeven weken. Misschien wel het eerste kindje sinds Max waarover ik me heel ontspannen durf te ontfermen. Zou ze het voelen?

Ik fiets achter een pak appelsap. Het pak appelsap – gewoon, niet bio, in Tetra verpakt – zit in de fietstas van een meneer die blijkbaar net boodschappen heeft gedaan want er puilen nog meer spullen uit zijn bruine fietstassen. En ik hoor mezelf denken: “wat ongezellig.” Ongezellig? – Ja, zo’n supermarkt waar je de mensen niet kent en ook geen idee hebt waar de spullen vandaan komen laat staan wie ze gemaakt hebben. Zij kennen jou niet, geen idee wat je doet voor de kost en of je in de buurt woont of 672 km verderop.

Ik lees de Süddeutsche Zeitung (van 6 Augustus). In een artikel over geborgenheid wordt Hans Mogel (Universiteit Passau) geciteerd: “Ich habe in den letzten Tagen buddhistischen Mönche getroffen, die keine Frau haben, keine Familie, die nur Reis essen – aber sie fühlen sich geborgen.” En ik denk “alleen rijst is sober. Maar hij weet wel wie hem de rijst gegeven heeft, en wie hem voor hem heeft gekookt”. Maar goed, Mogel zou de geborgenheid van de monniken herleiden tot hun meditatieve levenshouding en niet tot een of ander slowfoodconcept.

Ik weet waar mijn eten vandaan komt. Ik heb een relatie met de mensen die mijn bron zijn en dat vind ik een prettig gevoel. Het heeft mij geborgenheid; ik hoor een beetje bij hen, en ze zullen me niet zomaar in de steek laten. Onwillekeurig vraag ik me af hoe het zou zijn als mensen weer trouwer zouden zijn aan bepaalde winkels. Als het op de een of andere manier normaal zou zijn de boodschappen maar bij een of twee winkels te doen. Natuurlijk weerspreekt dat onze huidige standaards van vrije keuze maar toch. Het lijkt mij een stuk gezelliger.

"Der Mensch lebt nicht vom Brot allein" Een toevalstreffer op deze dag.

img_4416

jul 292010
 

Phew. Gedurfd. Bij Gruenaeugig (de biologische winkel hier om de hoek) kreeg ik alvast wat kiwi’s en bananen mee en het aanbod om de volgende ochtend langs te komen, als de eigenaresse er ook zou zijn. Fruit voor Max. Nu wachten op de vriend die ons zijn fiets gaat lenen… ik voel me kwetsbaar. Gelukkig morgen al afspraken met vrienden.

jun 302010
 

img_3997

Soms zijn er van die dagen dat het hard waait. Een overlijdensbericht, het vertrek van een vriend, ruzie. Dit was er zo eentje. Een situatie glipte door mijn vingers – voor de zoveelste keer liep een gesprek uit op ruzie. Geheel tegen mijn mores in zei ik tegen mezelf: vandaag hoef ik niet te werken. Laat maar even – dit is belangrijker. Tot mijn verrassing bleef het gebruikelijke schuldgevoel uit. Als een kind heb ik huilend het hoofd in de schoot van een vriendin gelegd. En toen zij weg moest ben ik naar de volgende vriend gegaan voor troost. We hebben geluncht op een stijger in de Maas. Zon, water, wind, ruimte en lieve woorden.
Met mijn batterij vol knuffels, “gezien zijn” en een gewassen ziel kon ik naar huis. Aan het werk – met zin en goede moed.

apr 192010
 

img_3510

April is een harde les. Nou ja: een les. Het eerste kwartaal heb ik vooral zo genoten van dit leven omdat het me toestond mijn eigen tempo te hervinden. Ik was als kind behoorlijk traag – snel afgeleid door de buitenwereld of juist door mijn eigen innerlijk. De buitenwereld gaf me duidelijk te verstaan dat het beter was om op te schieten. (Elke keer als ik Max tot spoed maan ben ik me hiervan pijnlijk bewust. Hij helemaal verdiept in het uitvinden van zijn eigen maillot-aantrek-methodiek; ik roffelend van ongeduld.)
Vraag me niet waarom maar in april ben ik weer gaan rennen. Er moest iets of ik wilde iets; ik weet het niet. In ieder geval heb ik met behulp van ambitie mijn gevoel van vrijheid grondig weten te saboteren. Met een spannende deadline (28 april) en het begin van een vakantie (1 mei) voor de boeg leek het me bovendien een goed idee om koffie, alcohol en nicotine een maand te laten.
Het aandeel chagrijnige dagen steeg tot 2010 record-hoogte, afgelopen vrijdag liepen drie uit drie afspraken de soep in en woensdag liet ik in een onbezonnen actie en tot mijn grote spijt Max’ haar kortwieken. Hallo! Waar zijn we mee bezig?
Gisteren kwam de kentering: met zondigen, maar dan precies genoeg. Ik gaf geld uit: van rondslingerend kleingeld kocht ik twee bioscoopkaartjes à vijftig cent voor mijn flirt en mijzelf, en bij de picknick nam ik een glas wijn.
Het was precies genoeg ["Taru Wo Shiru"] want ‘s avonds gaf de tango mij wat ik blijkbaar even moest voelen. Na de eerste stroeve dans dacht ik: en nu ga je traag wezen, je passen rustig afmaken, zelfs al denk je dat je achter de muziek aankomt. Het maakte een verschil van dag en nacht. Ik dacht: jeetje. Jeetje wat laat ik mij opjagen door wat ik denk dat mensen van mij willen. En wat is het fijn om pas verder te gaan als je er klaar voor bent.

mrt 302010
 

Boven-An Willem bij Franzi

Zaterdag was de opening van het “Zaterdagochtendcafe”. Een soort milestone, na twee maanden klussen en poetsen op dinsdagmiddag, gezelligheid en terloops overleg in de winkel, uitnodigen over facebook en twee keer proefdraaien… De dag was een guirlande van vrienden;  voor de laatste ging kwam de volgende binnen.  Er was een grimeuse, dus voor de winkel ontstond een kluwen van stoepkrijtende tijgers, prinsessen en bloemenkinderen. Het is die dag geen klant ontgaan dat je hier nu een koffie kunt bestellen. Dit plekje is zeer welkom in Delfshaven, zo voelt het nu.
Dus het was een succes, maar zelf was ik er niet helemaal bij. Niet opgeslokt door het werk of teveel drukte. Gewoon, onbestemd een beetje zweverig tussen vriendin-die-veel-bezoek-krijgt en kelner-aan-het-werk… Niet helemaal ontspannen kunnen. Playing it down, wat je bereikt hebt. Eigenlijk behoefte hebben om me even aan mijn zelftoebedichte rol te onttrekken en met een vriendin in een hoekje te gaan zitten, een arm te krijgen en te voelen. Ik denk dat ik gehuild zou hebben. Dat er zo weinig voor nodig is om je dromen te vervullen, als je het maar belangrijk maakt.
(Met mijn gezicht vol bloemenschmink ben ik met een grote omweg naar huis gewandeld. Het huis was leeg, dus stak ik met een fles Prosecco schuin de straat over en wist me welkom.)

feb 172010
 

Soms zit ik op mijn knieën met een mes oude verf van de vloer te krabben. Dat is dan mijn werk. Mensen komen de winkel in en gaan weer, we groeten. Weten zij wie ik ben? Ik kijk door hun ogen naar mezelf en realiseer me hoe senang ik me voel. Deemoedigende klussen maken me niet onzeker over wie ik ben of wat ik kan. Want het is in balans: soms gaat het over de vloer schrobben in een oud biologisch winkeltje, en soms over adviezen formuleren in glanzende hotels.

Tijdens de voorbereidingen van een jaar zonder geld zag ik mijn werkende bestaand openen als een waaier. Ik combineerde toen al drie dagen universiteit met mama zijn en twee uur lesgeven op een sportschool, maar nu werd mijn portfolio ineens echt divers. Daar werd ik blij van: ik ben geen mens om vijf dagen per week hetzelfde te doen, in ongeveer de dezelfde modus (zoals achter een computer). Ik geniet intens van mijn bonte verzameling aan taken: mama, wetenschapper, instructeur, adviseur, kellner, educatief ontwerper, pr-vrouw, ondernemer…

Het doet me denken aan “Walden Two”, een beschrijving van een utopie door B.F. Skinner, (overigens een grootheid uit de psychologie)… waarin het normaal is dat iedereen zowel met zijn hoofd als met zijn handen werkt. Het één wordt ook niet beter betaald dan het andere.

Referentie:

B.F. Skinner (1948). Walden Two. Indianapolis: Hackett Publishing Company.

http://en.wikipedia.org/wiki/Walden_Two