sep 252010
 

… rondhangen als je werk zoekt, tot er iets komt. … ik ben zo enthousiast dat ik niet goed weet waar te beginnen… Mijn droomproject van dit jaar? the NeighbourHub? Net heb ik de jongens van “Workpatch” ontmoet en we are a full match. Verliefd op het leven word ik daar van. Dit gaat over radicaal drempelverlagend zijn voor de wil om te werken, om bij te dragen, om te doen waar je blij van wordt. Omdat wij er van dromen om in echte tijd & lokaal de werkkracht te kunnen vinden waar je even om zit te springen of andersom juist de helper te kunnen zijn.

Dit is precies waar the NeighbourHub over gaat: een “hub” (knooppunt) van mensen, hun behoeftes en hun talenten en energie. Een plek waar je aan mag komen waaien, ook zonder duidelijk doel. Gewoon omdat je er altijd leuke mensen tegen komt. Bekende of juist nieuwe mensen. En je deel kunt voelen van de gemeenschap die samen wil werken. Zzp-ers, eenzame buurmannen, mama’s, klussers, poetsers, studenten, oma’s & opa’s, verveelde consultants, gestresste dinken…

Wat we feitelijk doen is beperkingen opheffen om samen te werken zoals die soms opgeworpen worden als je je begeeft in de wereld van loonverbanden, vacaturebanken en uitzendburo’s. Dit gaat ook niet per se om werken, maar om mensen bij elkaar brengen.

Dit is de meest fuzzy blogpost die ik ooit geschreven heb, maar ik ben zo blij!!

the NeighbourHub wordt een hangplek, maar het rondhangen doe je voor de gezelligheid, want elkaar vinden om opdrachten uit te wisselen doe je virtueel zonder tijd te hoeven investeren. Havenjongens 3.0

mrt 172010
 

Stiekem gaat mijn jaar over gelukkig worden…
Over de sleutel tot geluk is al veel geschreven maar “Sanders Geluk”, een driekoppig kunstenaarscollectief maakt het gewoon: “sanders geluk wil met zijn projecten momenten creëren van geluk en vrijheid”. Bijvoorbeeld met een “werkontbijt”, elke woensdag. Fijn aan je dag beginnen, met fijne mensen, op een fijne plek. Vanochtend lukte het weer: tussen de croissants van de Turk, de koffie met opgeschuimde melk en gesprekken over ligfietsen, de volgende performance over liefde en brandende cirkels op het strand. Daar bloeit geluk.
En nou wordt het ook nog lente…

feb 242010
 

Zes weken op weg en al drie keer gevraagd om mijn verhaal te komen doen – “om mensen te inspireren”, “om ze out of the box te laten denken”. Streel mijn ego, kom maar op, dit is waar ik het voor doe.

Mijn tweede optreden als Officieel Geldloze Freak blijkt bedoeld als onderdeel van de voorbereiding van studenten voor deelname aan WACAP: de conferentie van de World Alliance of Cities Against Poverty.

Oeps.

Daar gaat m’n ego. Ik ben leuk aan het spelen maar het oplossen van armoede is nooit uitgangspunt geweest, laat staan dat ik me zou durven verplaatsen in de positie van benadeelden in onze samenleving. Zie de post over toegang.

Ze willen me toch voor het voetlicht halen: het gaat om het re-framen van het probleem. Tja… re-frame is my middle name. Ik geef mijn workshop ten beste, voor 16 jonge mensen uit Kameroen, Nepal, Mexico, Nederland, Duitsland, Kenia, Sri Lanka, Ethiopie en Bangladesh. Ik begin met het verwoorden van mijn respect: ik voel me gepriviligeerd om drie kwartier te mogen werken met zo’n diverse en internationale groep. En ik haast me te vertellen dat ik nog nooit armoede gekend heb…

Wat ik doe in zo’n sessie is niet vertellen maar vragen: “Stel je voor: wat zou je doen als je mocht kiezen? Los van geld of baan.” “Wat doe je nu?” “Hoe zou het voelen?” “Wat zou er met de wereld gebeuren als meer mensen dat zouden doen?”
Ze aarzelen. Waar wil ze heen met ons?
Dan komen reacties die me houvast bieden: “soms wil iemand medicijnen studeren, maar de ouders ondersteunen hun kind financieel alleen als het rechten zal studeren. Dan studeert het rechten.” Een architecte: “ik zou graag duurzame sociale woningbouw ontwerpen, maar als er geen opdracht voor gegeven wordt, dan kan ik er niet aan werken.”

Mijn eigen, reële positie in dit gedachten-experiment verklap ik pas aan het eind. In het diepe van ontwikkelingsproblematiek gegooid, merk ik dat ik er voor moet waken niet in de verdediging te schieten: “ja jongens, natuurlijk snap ik dat ik dit vooral kan doen, omdat ik in Nederland woon.” Maar ze vallen me niet aan, en ze hebben met me meegedacht over het effect van geldstromen. Doel bereikt.

Toch be-eindig ik de sessie met het gevoel that I bit of more than I could chew – en ik benadruk opnieuw m’n nederigheid en dat ik geenzins denk een oplossing te hebben voor zo iets groots als armoede.

http://www.wacap2010-rotterdam.nl/

feb 022010
 

Wat ik merk in een leven zonder geld is dat ik me rijk voel door toegang.

Bij toegang dacht ik meestal aan zoiets als het cliché “toegang tot Internet”, en het thuis te hebben geeft mij inderdaad een groot gevoel van ruimte om te ontdekken, om mijn projecten te doen, om te communiceren. Toegang tot wetenschappelijke literatuur maakt dat ik consultancy kan blijven doen. Toegang tot mijn netwerk van vrienden (niet te koop en niet te ruil) hoef ik denk ik niet uit te leggen. Toegang tot een netwerk van slimme mensen die in mijn stad bezig zijn met duurzaamheid (via the Hub) geeft me moed en inspiratie. Maar nu voel ik me vrij en rijk door een veel concretere vorm van toegang – ik bedoel het heel fysiek: waar mag ik zijn, geld of geen geld. Buiten, binnen.

Ik heb: toegang tot mijn sportschool; toegang tot mijn tangoschool… Daar heen mogen gaan om te genieten. Er mogen zijn. Dat doet veel met me. De bieb: ook zonder abonnement mag je daar lekker zitten. En ik merkte medio januari dat ik één uitgave vergeten was in het rijtje van uitgaven die ik in 2010 bewust wèl doe: de Speeldernis voor Max. Voor 25 Euro hebben we een jaar lang de tuin van zijn dromen inclusief de nabijheid van speelkameraardje tot onze beschikking. De waarde daarvan overstijgt die 25 Euro ver. En toen ontdekte ik er nog één, nog een toegang die ik graag wilde hebben.

De laatste weken was ik – geheel serendipisch – vier of vijf keer op finissages en vernissages in galeries en musea. (Ik, cultuurbarbaar, zoende een fotograaf en liet me willig meevoeren in zijn wereld.) Maar wat ik ervoer was dat musea een waardevolle uitbreiding van mijn openbare ruimte werden. Een soort indoor parken: zoals ik me kan laven aan frisse lucht en bomen en grassprieten onder mijn voeten, merk ik dat ik me ook kan laven aan de creatieve expressie van andere mensen. Dat ik het heerlijk vind om rond te lopen in hun wondere wereld. Ik vroeg om een MuseumJaarKaart, en kreeg er twee.

Het museum Boijmans van Beuningen is op woensdag voor iedereen gratis toegankelijk.

Het museum Boijmans van Beuningen is op woensdag voor iedereen gratis toegankelijk.

Referentie:

In zijn boek “The Age of Access” (2000) beschrijft Jeremy Rifkin vooral het veronderstelde belang van toegang tot spullen en diensten. Dat soort toegang wordt zeker ook belangrijker in een leven zonder geld: als ik een boor nodig heb dan leen ik hem van de buurman, in plaats van zelf te kopen. Maar ik voel ook een contrast met hetgene hij beschrijft: het soort toegang dat ik hierboven beschrijf gaat meer over toegang tot ervaringen, meer of minder sociaal van aard, die maken dat ik me kan ontspannen en opladen.