dec 172010
 

Screenshot1

Dit staat op de koelkast van the Hub Amsterdam. Vrijdag was ik voor het eerst in de 020 Hub. (Na anderhalf uur genoegzaam door de sneeuw banjeren, vanuit Buitenveldert.) Ik had afgesproken met Sebastian Olma, die co-working spaces in Berlijn en Rotterdam onderzocht heeft, vanuit zijn fascinatie voor vitaliteit & creativiteit in ons hedendaagse kapitalisme.

dec 022010
 

img_5937

Het eerste maskertje, dit jaar. Ik heb dit ontzettend veel meer tijd besteed aan: sporten, dansen, lachen en eten met vrienden, schrijven… maar gewoon tutten? Een vriendin vragen om mijn haar te knippen? De uren tussen Max’ bedtijd en die van mezelf zit ik meestal achter de computer. Hm. Voer voor de evaluator.

nov 302010
 

I think this financial crisis is a very good wake-up call for the rest of the world. The reason this continent hasn’t been affected as badly as the rest of the world is that we don’t have that culture of borrowing. African culture is, if you can afford something, you buy it. You pay cash and you buy it.
Salim Amin in “Futures of Technology in Africa” (Jasper Grosskurth, 2010, p. 129).

jul 122010
 

img_4157

- een telefoon met een uiterlijk waar iedereen om moet grinniken;

- een camera;

- een hervulbaar potlood dat ik ooit cadeau dee’ aan de vader van mijn kind maar dat hij nooit in gebruik heeft genomen (geef alleen cadeautjes die je zelf leuk vindt);

- pennen, waaronder de favoriete lift-schild marker die ik dit jaar cadeau kreeg van iemand die nog wel goede ervaringen had met liften;

- agenda;

- bille-feuille;

- ge-gaffer-tape-te porte-monnaie;

- blauwe zeester van Max;

- spiegeltje;

- huissleutels, inc. die van vrienden;

- USB-stick (vooral om te kunnen printen bij the Hub);

- verrassingsei dat Max dit weekend van z’n oma kreeg;

- achterlichtje (typisch zo’n ‘december 2009′ aankoop)

- 5 Euro (die ik ergens in de lente in mijn hardloop-jas vond en op zeker moment bij me ben gaan dragen voor ”je weet het niet”);

- zwangerschaps belletje;

- pennedop (vorige week ingeschakeld om mijn tas te beschermen tegen Max’ doploze Cars-pen);

- labello.

mei 292010
 

img_3873

Zaterdagochtend, tegen negenen. Max en ik fietsen naar de biowinkel om onze wekelijkse café-dienst waar te nemen. Ik heb weer eens een idee: zo’n mooi groot houten bord buiten met zwarte schoolbordverf. Want we zitten vlak bij de loop van een drukke winkelstraat. “Een klant heeft ons LETS-punten gegeven, misschien zit daar iets in de database?” Maar Fred weet het: “hiernaast heeft een buurman zo’n ding in de tuin staan…” Ik sta op de patio al over de heg te gluren: “RUNDERGEHAKT 2,75” staat er in roze letters op. Het bord ziet er behoorlijk verregend uit. Perfect: waarschijnlijk heeft de buurman mentaal afscheid genomen van zijn klapbord.
Ik loop de winkel uit en sla de hoek om: naast de wasserette zit een Turk met grillkippen. “Hoi, ik ben van de biologische winkel en ik zoek zo’n bord als u in de tuin heeft staan…” Hij kijkt op van zijn koffie, verbaasd en met lachende ogen. Door een gangetje met nieuwe tegels, vooroorlogs terazza en de lucht van koud vlees lopen we naar achter. Daar staat het. Kapot aan één kant maar “van niets naar iets is my middle name” dus het bord gaat mee.
Een kwartier later pronkt het schoon en heel op de winkelstraat: “15 stappen naar cappucino en verse muntthee”.
En omdat onze nieuwste collega (Dunja gaat elke maandagmiddag natuurgeneeskundig consult houden) bij haar “sollicitatie” zelfgebakken taart meebracht is het bedankje zo gedaan: met een puntje appelcake op een bordje. Max komt mee.
Als ik ‘savonds thuis komt ligt er een zakje in de brievenvanger: zo’n maismeelzakje uit de winkel, met drie nogal onbiologische chocolade repen erin. En een briefje eraan. Het duurt tot bovenaan de trap voor ik de puzzel opgelost heb. Dan moet ik er van glimmen.

apr 192010
 

img_3510

April is een harde les. Nou ja: een les. Het eerste kwartaal heb ik vooral zo genoten van dit leven omdat het me toestond mijn eigen tempo te hervinden. Ik was als kind behoorlijk traag – snel afgeleid door de buitenwereld of juist door mijn eigen innerlijk. De buitenwereld gaf me duidelijk te verstaan dat het beter was om op te schieten. (Elke keer als ik Max tot spoed maan ben ik me hiervan pijnlijk bewust. Hij helemaal verdiept in het uitvinden van zijn eigen maillot-aantrek-methodiek; ik roffelend van ongeduld.)
Vraag me niet waarom maar in april ben ik weer gaan rennen. Er moest iets of ik wilde iets; ik weet het niet. In ieder geval heb ik met behulp van ambitie mijn gevoel van vrijheid grondig weten te saboteren. Met een spannende deadline (28 april) en het begin van een vakantie (1 mei) voor de boeg leek het me bovendien een goed idee om koffie, alcohol en nicotine een maand te laten.
Het aandeel chagrijnige dagen steeg tot 2010 record-hoogte, afgelopen vrijdag liepen drie uit drie afspraken de soep in en woensdag liet ik in een onbezonnen actie en tot mijn grote spijt Max’ haar kortwieken. Hallo! Waar zijn we mee bezig?
Gisteren kwam de kentering: met zondigen, maar dan precies genoeg. Ik gaf geld uit: van rondslingerend kleingeld kocht ik twee bioscoopkaartjes à vijftig cent voor mijn flirt en mijzelf, en bij de picknick nam ik een glas wijn.
Het was precies genoeg ["Taru Wo Shiru"] want ‘s avonds gaf de tango mij wat ik blijkbaar even moest voelen. Na de eerste stroeve dans dacht ik: en nu ga je traag wezen, je passen rustig afmaken, zelfs al denk je dat je achter de muziek aankomt. Het maakte een verschil van dag en nacht. Ik dacht: jeetje. Jeetje wat laat ik mij opjagen door wat ik denk dat mensen van mij willen. En wat is het fijn om pas verder te gaan als je er klaar voor bent.