nov 152010
 

“Ik ben net 20 maanden in Indonesie geweest.”

Als mijn opdrachtgever (voor volgend jaar, voor geld, voor iets wat ‘zomaar’ is ontstaan) vertelt dat hij het tot leefregel verheven heeft om elke twee jaar werk af te wisselen met een jaar vrij, weet ik dat het met onze relatie wel goed gaat komen.

“Gewoon, om een boot te bouwen. Ik heb altijd al iets met zeilen gehad.”

Als je twee jaar werk en een jaar vrij neemt dan dwingt dat tot keuzes maken: je kiest een bijzonder doel voor je kostbare vrije tijd, je maakt dat je je klus klaart in de werkperiode die je afbakende. Het geeft een ritme aan je leven waar we allemaal naar verlangen: inspanning en ontspanning, dagen en nachten, weken en weekenden, restrictie en vrijheid. Balans.

jul 162010
 

img_4135

Elke donderdag (nou ja: bijna elke donderdag) is het bij mij de Zoete Inval: ik kook, vrienden komen langs. Voor mij is het een alternatief voor uit eten gaan. Sinds de late inzet van deze zinderde zomer vertoeven we dan op het dak. We laten ons verrassen door de composities van mensen, voertaal, assortiment drankjes en toetjes en door het aanzien van het firmament…

feb 102010
 

“Maar…. wat doe je dan?”

In mijn antwoord op die vraag kom ik steevast op een een punt waar ik vertel over mijn verbazing hoe leuk ik mijn ‘nodige portfolio’ vind: de projecten die ik doe om in mijn onderhoud te voorzien. Dat ik weliswaar hoop om ook nog tijd over te houden voor pro deo projecten (dat was immers de aanleiding voor mijn experiment), maar dat zelfs als ik alleen maar toe zou komen aan m’n ruilprojecten, ik een erg gaaf jaar ga hebben.

Verbazing want: dat is toch maar mazzel, dat de projecten die je doet om te kunnen overleven, ook leuk en verrijkend zijn.

(Bijvoorbeeld: het project dat ik doe met de biologische winkel – het opzetten van een cafeetje-in-de-winkel – is iets waar ik al jaren geleden over kon lopen dagdromen. En het project voor het lokale restaurant – het ontwikkelen van educatie voor buurtkinderen, over lokale voedselproductie en stadslandbouw – sluit naadloos aan bij mijn professionele ontwikkeling naar actie-onderzoeker en dus het trainen van mijn vaardigheden om met groepen te werken.)

Deze week snapte ik ineens dat het geen toeval is.

Hier is een ander selectiemechanisme aan het werk: voor mijn “levensbehoeftes” ben ik afgestapt op bronnen die ik leuk vind; mensen die me inspireren. Van alle partijen die in mijn behoeftes zouden kunnen voorzien, heb ik steeds dìe uitgekozen die me lagen. Dat werkt blijkbaar: op serendipische wijze vulde mijn portfolio zich met projecten die mijn partners en ik bijzonder mooi vinden.

Kaethe, onze logee tijdens het Internationale Theater Festival, had het al begrepen. Ze zei: door jouw verhaal voel ik me aangemoedigd om te kiezen voor projecten met mensen die ik gaaf vind, ook als ik daarvoor meer rendabele of prestigieuze projecten laat liggen.

Het lijkt wel of, als je met mensen gaat werken die je gaaf vindt, de mooie inhoud en de vergoeding vanzelf volgen…

Andere voorbeelden die de werking van relaties illustreren:

In actie-onderzoek staat of valt elk project met het opbouwen van een relatie met de community waar het project zich afspeelt. (In klassiek wetenschappelijk onderzoek – “normal science”wordt je als onderzoeker juist geacht je afzijdig te houden: je verzamelt je data en trekt je weer terug.)

Een fotojournalist vertelt me hoe hij werkt: “natuurlijk maak ik mooie plaatjes, maar mensen zijn enthousiast nog voordat ze maar een foto gezien hebben. Dat komt omdat ik met ze praat, en wil weten wat hun verhaal is. Ik wil snappen waarom ik die foto maak. Dat voelen ze.” Hij hoeft niet te acquireren, en geniet van zijn opdrachten.

feb 022010
 

Wat ik merk in een leven zonder geld is dat ik me rijk voel door toegang.

Bij toegang dacht ik meestal aan zoiets als het cliché “toegang tot Internet”, en het thuis te hebben geeft mij inderdaad een groot gevoel van ruimte om te ontdekken, om mijn projecten te doen, om te communiceren. Toegang tot wetenschappelijke literatuur maakt dat ik consultancy kan blijven doen. Toegang tot mijn netwerk van vrienden (niet te koop en niet te ruil) hoef ik denk ik niet uit te leggen. Toegang tot een netwerk van slimme mensen die in mijn stad bezig zijn met duurzaamheid (via the Hub) geeft me moed en inspiratie. Maar nu voel ik me vrij en rijk door een veel concretere vorm van toegang – ik bedoel het heel fysiek: waar mag ik zijn, geld of geen geld. Buiten, binnen.

Ik heb: toegang tot mijn sportschool; toegang tot mijn tangoschool… Daar heen mogen gaan om te genieten. Er mogen zijn. Dat doet veel met me. De bieb: ook zonder abonnement mag je daar lekker zitten. En ik merkte medio januari dat ik één uitgave vergeten was in het rijtje van uitgaven die ik in 2010 bewust wèl doe: de Speeldernis voor Max. Voor 25 Euro hebben we een jaar lang de tuin van zijn dromen inclusief de nabijheid van speelkameraardje tot onze beschikking. De waarde daarvan overstijgt die 25 Euro ver. En toen ontdekte ik er nog één, nog een toegang die ik graag wilde hebben.

De laatste weken was ik – geheel serendipisch – vier of vijf keer op finissages en vernissages in galeries en musea. (Ik, cultuurbarbaar, zoende een fotograaf en liet me willig meevoeren in zijn wereld.) Maar wat ik ervoer was dat musea een waardevolle uitbreiding van mijn openbare ruimte werden. Een soort indoor parken: zoals ik me kan laven aan frisse lucht en bomen en grassprieten onder mijn voeten, merk ik dat ik me ook kan laven aan de creatieve expressie van andere mensen. Dat ik het heerlijk vind om rond te lopen in hun wondere wereld. Ik vroeg om een MuseumJaarKaart, en kreeg er twee.

Het museum Boijmans van Beuningen is op woensdag voor iedereen gratis toegankelijk.

Het museum Boijmans van Beuningen is op woensdag voor iedereen gratis toegankelijk.

Referentie:

In zijn boek “The Age of Access” (2000) beschrijft Jeremy Rifkin vooral het veronderstelde belang van toegang tot spullen en diensten. Dat soort toegang wordt zeker ook belangrijker in een leven zonder geld: als ik een boor nodig heb dan leen ik hem van de buurman, in plaats van zelf te kopen. Maar ik voel ook een contrast met hetgene hij beschrijft: het soort toegang dat ik hierboven beschrijf gaat meer over toegang tot ervaringen, meer of minder sociaal van aard, die maken dat ik me kan ontspannen en opladen.