jun 132011
 

IMG_8795

Het is gedaan: de woorden van dank aan mijn ruilpartners zijn gevoeld, uitgeformuleerd en verstopt achter dezelfde lak die in 2009 de initiële verzoekbrieven verzegelde. Deze afsluiting van het jaar is voor mij heel belangrijk: voor mijn gevoel van afronden en omdat ik mijn ruilpartners graag alle erkenning wil laten toekomen voor hun cruciale rollen in mijn experiment. Voor mijzelf gaat het avontuur nu verder: met geld maar zonder vast inkomen, met werk maar vooral met… rust

Een voorbeeld van een dankbrief.
110609 jaarzondergeldDANKvoorbeeld

sep 222010
 

img_5097

September heeft ramp-potentieel. Mijn huis is een puinzooi, ik pas niet meer in mijn broeken (wie denkt er nog dat zonder geld ook zonder eten is?), ben sinds vorige week weer in therapie en ik fantaseer over hooghartige mails aan weigerachtige leidinggevenden. Ondertitel: teveel projecten vragen tegelijk om aandacht. Per 1 october stop ik met lesgeven op de sportschool. Omdat ik bij Max wil zijn, maar onwillekeurig reken ik me rijk met een paar extra uren achter de laptop. Minder werken om meer te werken. Ik moet glimlachen ondanks mezelf. “Humor is wo man trotzdem lach’”.

Het goede nieuws is dat mijn droomproject “the NeighbourHub” in een stroomversnelling is geraakt: het idee werd sowieso al gedragen en toegejuicht door de hele Hub community maar nu we de combi gemaakt hebben met een galerie en jazzpodium is er geen houden meer aan. Gisteren de ontwerpvarianten besproken en taart bij de koffie om alvast in de stemming te komen. Samen wordt alles leuker…

http://rotterdam.the-hub.net/public/neighbour%20hub.html

aug 062010
 
Loana Carlotta. Zeven weken. Misschien wel het eerste kindje sinds Max waarover ik me heel ontspannen durf te ontfermen. Zou ze het voelen?

Ik fiets achter een pak appelsap. Het pak appelsap – gewoon, niet bio, in Tetra verpakt – zit in de fietstas van een meneer die blijkbaar net boodschappen heeft gedaan want er puilen nog meer spullen uit zijn bruine fietstassen. En ik hoor mezelf denken: “wat ongezellig.” Ongezellig? – Ja, zo’n supermarkt waar je de mensen niet kent en ook geen idee hebt waar de spullen vandaan komen laat staan wie ze gemaakt hebben. Zij kennen jou niet, geen idee wat je doet voor de kost en of je in de buurt woont of 672 km verderop.

Ik lees de Süddeutsche Zeitung (van 6 Augustus). In een artikel over geborgenheid wordt Hans Mogel (Universiteit Passau) geciteerd: “Ich habe in den letzten Tagen buddhistischen Mönche getroffen, die keine Frau haben, keine Familie, die nur Reis essen – aber sie fühlen sich geborgen.” En ik denk “alleen rijst is sober. Maar hij weet wel wie hem de rijst gegeven heeft, en wie hem voor hem heeft gekookt”. Maar goed, Mogel zou de geborgenheid van de monniken herleiden tot hun meditatieve levenshouding en niet tot een of ander slowfoodconcept.

Ik weet waar mijn eten vandaan komt. Ik heb een relatie met de mensen die mijn bron zijn en dat vind ik een prettig gevoel. Het heeft mij geborgenheid; ik hoor een beetje bij hen, en ze zullen me niet zomaar in de steek laten. Onwillekeurig vraag ik me af hoe het zou zijn als mensen weer trouwer zouden zijn aan bepaalde winkels. Als het op de een of andere manier normaal zou zijn de boodschappen maar bij een of twee winkels te doen. Natuurlijk weerspreekt dat onze huidige standaards van vrije keuze maar toch. Het lijkt mij een stuk gezelliger.

"Der Mensch lebt nicht vom Brot allein" Een toevalstreffer op deze dag.

img_4416

jul 292010
 

Max en ik zijn in Berlijn. Zijn Papa nodigde ons uit om (samen met een bevriend gezin) mee op vakantie te gaan. En toen bleek dat de Oostzee een bestemming kon zijn riep ik gelijk: “als we dat doen plak ik er een week Berlijn aan vast!” Ik heb hier gewoond, tien jaar geleden. Beschik nog steeds over een functionerend sociaal netwerk.

Na twee nachten in het Adlon (Max’ Papa houdt ervan de contrasten met mijn experiment vet aan te zetten) zijn we nu op onszelf. Passen op het huis van een bevriende collega. Zometeen gaan we naar de biologische winkel hier om de hoek. Poe-aah spannend; nog nooit zo onvoorbereid op een ruil aangestuurd.

mei 292010
 

img_3873

Zaterdagochtend, tegen negenen. Max en ik fietsen naar de biowinkel om onze wekelijkse café-dienst waar te nemen. Ik heb weer eens een idee: zo’n mooi groot houten bord buiten met zwarte schoolbordverf. Want we zitten vlak bij de loop van een drukke winkelstraat. “Een klant heeft ons LETS-punten gegeven, misschien zit daar iets in de database?” Maar Fred weet het: “hiernaast heeft een buurman zo’n ding in de tuin staan…” Ik sta op de patio al over de heg te gluren: “RUNDERGEHAKT 2,75” staat er in roze letters op. Het bord ziet er behoorlijk verregend uit. Perfect: waarschijnlijk heeft de buurman mentaal afscheid genomen van zijn klapbord.
Ik loop de winkel uit en sla de hoek om: naast de wasserette zit een Turk met grillkippen. “Hoi, ik ben van de biologische winkel en ik zoek zo’n bord als u in de tuin heeft staan…” Hij kijkt op van zijn koffie, verbaasd en met lachende ogen. Door een gangetje met nieuwe tegels, vooroorlogs terazza en de lucht van koud vlees lopen we naar achter. Daar staat het. Kapot aan één kant maar “van niets naar iets is my middle name” dus het bord gaat mee.
Een kwartier later pronkt het schoon en heel op de winkelstraat: “15 stappen naar cappucino en verse muntthee”.
En omdat onze nieuwste collega (Dunja gaat elke maandagmiddag natuurgeneeskundig consult houden) bij haar “sollicitatie” zelfgebakken taart meebracht is het bedankje zo gedaan: met een puntje appelcake op een bordje. Max komt mee.
Als ik ‘savonds thuis komt ligt er een zakje in de brievenvanger: zo’n maismeelzakje uit de winkel, met drie nogal onbiologische chocolade repen erin. En een briefje eraan. Het duurt tot bovenaan de trap voor ik de puzzel opgelost heb. Dan moet ik er van glimmen.

feb 102010
 

“Maar…. wat doe je dan?”

In mijn antwoord op die vraag kom ik steevast op een een punt waar ik vertel over mijn verbazing hoe leuk ik mijn ‘nodige portfolio’ vind: de projecten die ik doe om in mijn onderhoud te voorzien. Dat ik weliswaar hoop om ook nog tijd over te houden voor pro deo projecten (dat was immers de aanleiding voor mijn experiment), maar dat zelfs als ik alleen maar toe zou komen aan m’n ruilprojecten, ik een erg gaaf jaar ga hebben.

Verbazing want: dat is toch maar mazzel, dat de projecten die je doet om te kunnen overleven, ook leuk en verrijkend zijn.

(Bijvoorbeeld: het project dat ik doe met de biologische winkel – het opzetten van een cafeetje-in-de-winkel – is iets waar ik al jaren geleden over kon lopen dagdromen. En het project voor het lokale restaurant – het ontwikkelen van educatie voor buurtkinderen, over lokale voedselproductie en stadslandbouw – sluit naadloos aan bij mijn professionele ontwikkeling naar actie-onderzoeker en dus het trainen van mijn vaardigheden om met groepen te werken.)

Deze week snapte ik ineens dat het geen toeval is.

Hier is een ander selectiemechanisme aan het werk: voor mijn “levensbehoeftes” ben ik afgestapt op bronnen die ik leuk vind; mensen die me inspireren. Van alle partijen die in mijn behoeftes zouden kunnen voorzien, heb ik steeds dìe uitgekozen die me lagen. Dat werkt blijkbaar: op serendipische wijze vulde mijn portfolio zich met projecten die mijn partners en ik bijzonder mooi vinden.

Kaethe, onze logee tijdens het Internationale Theater Festival, had het al begrepen. Ze zei: door jouw verhaal voel ik me aangemoedigd om te kiezen voor projecten met mensen die ik gaaf vind, ook als ik daarvoor meer rendabele of prestigieuze projecten laat liggen.

Het lijkt wel of, als je met mensen gaat werken die je gaaf vindt, de mooie inhoud en de vergoeding vanzelf volgen…

Andere voorbeelden die de werking van relaties illustreren:

In actie-onderzoek staat of valt elk project met het opbouwen van een relatie met de community waar het project zich afspeelt. (In klassiek wetenschappelijk onderzoek – “normal science”wordt je als onderzoeker juist geacht je afzijdig te houden: je verzamelt je data en trekt je weer terug.)

Een fotojournalist vertelt me hoe hij werkt: “natuurlijk maak ik mooie plaatjes, maar mensen zijn enthousiast nog voordat ze maar een foto gezien hebben. Dat komt omdat ik met ze praat, en wil weten wat hun verhaal is. Ik wil snappen waarom ik die foto maak. Dat voelen ze.” Hij hoeft niet te acquireren, en geniet van zijn opdrachten.