jan 172010
 

Laven

Zondag

Het wachten is op het eerste weekend zonder bubbels – met champagne vierden we zondag de veertigste van een lieve vriendin. Mijn jaar zonder geld was tot nog toe een jaar van luxe – mijn jaar zou er in Nigeria denk ik een beetje anders uitzien dan in Nederland… ik laaf me aan de weldaad van een decadente samenleving. Gisteren merkte ik voor het eerst iets van mijn zelfverkozen regime: ik vroeg me af of ik genoeg verse spullen in huis heb tot het volgende groentenpakket.

(Overigens is het antwoord ‘ja’, maar niettemin lijkt het me leuk nog ruimer in het eten te zitten – ik zou graag elke donderdagavond thuis een ‘zoete inval’ aanbieden voor vrienden uit de buurt.)

De verjaardag was veertig kilometer verderop – dit keer zonder problemen gelift. Met Max, bij een tankstation aan de oprit naar de snelweg. Dus twee duimen in de lucht – Max voelt in de meeste situaties feilloos aan wat passend gedrag is [grijns] of hij nou met zijn vader mee een vergadering ingaat, of met zijn moeder gaat liften. Zonder problemen betekent overigens niet zonder verlegenheid – van “uiteindelijk toch naar je telefonnummer gevraagd worden”. Ik heb ze afgepooierd met de URL van dit blog. Dat zou toch afschrikwekkend genoeg moeten zijn…

(Overigens besluit ik dat ik het liften nog een paar keer ga uitproberen, maar dat ik er niet van overtuigd ben dat dit mijn strategie voor mobiliteit gaat wezen.)

jan 022010
 

Zaterdag

Een beetje nerveus – de laatste keer was vlak na mijn studie, acht jaar geleden – maar vol goede moed stap ik met mijn kartonnen bordje richting een oprit van de ring. De ideale plek: autoaanvoer uit zowel centrum als periferie, ze staan eerst voor een stoplicht, dan trekken ze langzaam op omdat ze de bocht doormoeten, en dan is er een ruime bushalte waar ze kunnen stoppen. Tja. Een half uur en een paarhonderd auto’s later stopt er een Frans stelletje: ze zouden me 25 km mee kunnen nemen, maar ik moet er 75… Ik bedank – het lijkt me handiger om te wachten op een meer fortuinlijke match. Na anderhalf uur – inmiddels sneeuwt het en is het bijna donker – blaas ik de aftocht. Ik wil naar huis. Vanavond nog. Ik stap in de volgende bus en koop een treinkaartje. Ik praat mijn overtreding goed met het excuus: “nou ja de NS heeft me vorig jaar vijf dagkaarten cadeau gedaan om de afwijzing te verzachten.” Het voelt als een sportieve nederlaag; als nuchter beschouwd de verstandige actie; maar vooral als een signaal dat het tijd is om de spelregels van mijn experiment op papier te zetten. En te publiceren.

15h45

15h45

17h10

17h10