aug 302010
 

img_4671

Ooit trof ik een man die me het belang van het woord ‘eigenlijk’ bijbracht. “Eigenlijk is onzin, zelfverlakkerij. Of je wilt iets, of je wilt het niet.”

Leef maar eens een jaar zonder geld, dan kom je achter veel ‘eigenlijksen’. Je komt er achter wat je ‘eigenlijk’ wil. Omdat geld een barrière kan worden om te doen wat je echt wilt: soms weerhoudt het gebrek eraan je te doen wat je wil (of geeft je tenminste een goed excuus om niet uit de veren te komen), maar vaker maakt geld dat het makkelijker is (omdat je er genoeg van hebt) om een surrogaat te kopen.

Surrogaat. Dat brengt me terug bij de koffie. Iets wat ik heel heel heel graag dee’, was in de stad ergens neerstrijken voor koffie met appelgebak. Met Max, sinds hij er is. Ultiem gezellig. Dacht ik. In 2010 doe ik dat niet meer (tenzij iemand me tracteert). Dus als ik zin heb om te koffieleuten ga ik naar iemand toe. Een vriend. De An-Dijvie. Singeldingen. Ergens waar ik mensen ken. En ik realiseer me: dat is wat ik eigenlijk wil. Het ging helemaal niet om die appeltaart: ik wilde onder de mensen zijn, en de V&D restauratie was een makkelijk maar beetje troosteloos surrogaat. Eigenlijk.

aug 062010
 
Loana Carlotta. Zeven weken. Misschien wel het eerste kindje sinds Max waarover ik me heel ontspannen durf te ontfermen. Zou ze het voelen?

Ik fiets achter een pak appelsap. Het pak appelsap – gewoon, niet bio, in Tetra verpakt – zit in de fietstas van een meneer die blijkbaar net boodschappen heeft gedaan want er puilen nog meer spullen uit zijn bruine fietstassen. En ik hoor mezelf denken: “wat ongezellig.” Ongezellig? – Ja, zo’n supermarkt waar je de mensen niet kent en ook geen idee hebt waar de spullen vandaan komen laat staan wie ze gemaakt hebben. Zij kennen jou niet, geen idee wat je doet voor de kost en of je in de buurt woont of 672 km verderop.

Ik lees de Süddeutsche Zeitung (van 6 Augustus). In een artikel over geborgenheid wordt Hans Mogel (Universiteit Passau) geciteerd: “Ich habe in den letzten Tagen buddhistischen Mönche getroffen, die keine Frau haben, keine Familie, die nur Reis essen – aber sie fühlen sich geborgen.” En ik denk “alleen rijst is sober. Maar hij weet wel wie hem de rijst gegeven heeft, en wie hem voor hem heeft gekookt”. Maar goed, Mogel zou de geborgenheid van de monniken herleiden tot hun meditatieve levenshouding en niet tot een of ander slowfoodconcept.

Ik weet waar mijn eten vandaan komt. Ik heb een relatie met de mensen die mijn bron zijn en dat vind ik een prettig gevoel. Het heeft mij geborgenheid; ik hoor een beetje bij hen, en ze zullen me niet zomaar in de steek laten. Onwillekeurig vraag ik me af hoe het zou zijn als mensen weer trouwer zouden zijn aan bepaalde winkels. Als het op de een of andere manier normaal zou zijn de boodschappen maar bij een of twee winkels te doen. Natuurlijk weerspreekt dat onze huidige standaards van vrije keuze maar toch. Het lijkt mij een stuk gezelliger.

"Der Mensch lebt nicht vom Brot allein" Een toevalstreffer op deze dag.

img_4416

mrt 072010
 

Joep Dohmen (2008, p. 131) over Friedrich Nietzsche:

“Hij streed voor een authentieke stijl van leven die door de moderniteit weliswaar mogelijk is geworden, maar tegelijkertijd in de kiem dreigt te worden gesmoord.”

We schrijven hier einde 19de eeuw, maar deze paradox heeft niets aan actualiteit ingeboet. Mij fascineert het dat vrijheid blijkbaar zo lastig te omarmen en uit te nutten is. En dan triomfeert het “slaafse leven”, in Dohmen’s woorden:

“Slaaf is degene die het leven niet durft te nemen zoals het werkelijk is: onzeker, met wisselende kansen, doortrokken van lust en pijn, boordevol toeval en noodlot, en hoe dan ook eindigend met de dood.”

Is het daarom zo moeilijk? Is er daarom moed voor nodig om je vrijheid te nemen? Over de weg van minder weerstand:

“De slaaf conformeert zich aan de regels van de groep en verdwijnt in de massa. Hij duldt geen inmenging en weigert zijn onzekerheden toe te laten.”

Referentie:

Joep Dohmen (2008). Het Leven als Kunstwerk. Rotterdam: Lemniscaat.

dec 232009
 

Buiten ligt een pak sneeuw te smelten. Het dooit al ruim een dag maar er ligt zoveel dat het nog wel even zal duren voor de stad er weer gewoontjes uitziet.

Ik ben onrustig maar probeer te voelen dat het mijn laatste werkdag was. Het lukt niet echt, teveel dingen zijn blijven liggen: ik heb mijn buro op het instituut niet opgeruimd; twee artikelen zijn niet af. (Artikelen over het onderzoek dat je doet: altijd kind van de rekening. De waan van de dag wint.)

Vandaag sprak ik aan de telefoon iemand die zoals wel meer mensen vroeg: “En? Ben je klaar voor je jaar zonder geld?”. Tot mijn eigen verbazing kon ik beamen: ja, alles wat ik wilde voorbereiden heb ik voorbereid. Zelfs de brief aan mijn tangoschool is verstuurd, gelezen en besproken… Jeetje. Het is gelukt om mijn experiment zo belangrijk te maken dat ik er de tijd voor maakte die ik er voor wilde maken.

Ik heb zelfs een kerstboom geknutseld met mijn kind. Dat wilde ik ook graag. Hij is nog mooi geworden ook.

Mijn voornemens voor volgend jaar – in de veronderstelling dat ik meer tijd niets om handen zal hebben:

* ‘iets’ doen met de foto’s die ik maak;
* lezen. Niet alleen die twintig minuten voor ik in slaap val. Echt: lezen.

Als ik het daar nou bij laat, misschien komt het er dan van. Vrolijk kerstmis.

okt 232009
 

Mijn takenlijstje voor Een Jaar Zonder Geld groeit (mijn ontslagbrief indienen; een “waar blijft mijn salaris eigenlijk” lijst; een soort boekhouding die me zicht geeft op hoeveel uur ik aan welke projecten wil besteden; achter zeep, brood en een zorgverzekeraar aan…). In de zomer had ik tijd vrijgemaakt om de brieven te schrijven en te produceren. Nu stel ik vast dat ik onwillekeurig mijn 2010 acties naar “buiten kantooruren” druk. Gevolg: er komt niks van. En 1 januari komt dichterbij. Nog negen weken.