sep 252010
 

… rondhangen als je werk zoekt, tot er iets komt. … ik ben zo enthousiast dat ik niet goed weet waar te beginnen… Mijn droomproject van dit jaar? the NeighbourHub? Net heb ik de jongens van “Workpatch” ontmoet en we are a full match. Verliefd op het leven word ik daar van. Dit gaat over radicaal drempelverlagend zijn voor de wil om te werken, om bij te dragen, om te doen waar je blij van wordt. Omdat wij er van dromen om in echte tijd & lokaal de werkkracht te kunnen vinden waar je even om zit te springen of andersom juist de helper te kunnen zijn.

Dit is precies waar the NeighbourHub over gaat: een “hub” (knooppunt) van mensen, hun behoeftes en hun talenten en energie. Een plek waar je aan mag komen waaien, ook zonder duidelijk doel. Gewoon omdat je er altijd leuke mensen tegen komt. Bekende of juist nieuwe mensen. En je deel kunt voelen van de gemeenschap die samen wil werken. Zzp-ers, eenzame buurmannen, mama’s, klussers, poetsers, studenten, oma’s & opa’s, verveelde consultants, gestresste dinken…

Wat we feitelijk doen is beperkingen opheffen om samen te werken zoals die soms opgeworpen worden als je je begeeft in de wereld van loonverbanden, vacaturebanken en uitzendburo’s. Dit gaat ook niet per se om werken, maar om mensen bij elkaar brengen.

Dit is de meest fuzzy blogpost die ik ooit geschreven heb, maar ik ben zo blij!!

the NeighbourHub wordt een hangplek, maar het rondhangen doe je voor de gezelligheid, want elkaar vinden om opdrachten uit te wisselen doe je virtueel zonder tijd te hoeven investeren. Havenjongens 3.0

sep 232010
 

Schieblok

De Rotterdam Pioneers ontmoeten elkaar vanavond in the Hub:

http://thehubrotterdam.blogspot.com/2010/09/loading.html

Het gaat namelijk over sociale innovaties, joepie. En ik mag the “NeighbourHub” pitchen:

http://rotterdam.the-hub.net/public/neighbour%20hub.html

Voor het praktisch werkbaar maken ga ik zaterdag praten met Ton en Jaap van “Workpatch”: het begin van de samenwerkingseconomie.

http://workpatch.blogspot.com/

PS. De vorige keer (3 juni, zie foto) ging Pioneers over “duurzame stedelijke herontwikkeling” en zaten we heel toepasselijk in het Schieblok bij Hofplein. Het Schieblok wordt nu herontwikkeld door de gebruikers zelf, ook via allerlei ongebruikelijke economische constructies. Bewoners heroveren hun stad:

http://www.iktekenervoor.nl/rotterdam_pioneers/terugblik/juni_2010___gebiedsontwikkeling/?cid=198

Foto: Hannah Anthonysz voor het Rotterdam Climate Initiative.

jul 292010
 

Max en ik zijn in Berlijn. Zijn Papa nodigde ons uit om (samen met een bevriend gezin) mee op vakantie te gaan. En toen bleek dat de Oostzee een bestemming kon zijn riep ik gelijk: “als we dat doen plak ik er een week Berlijn aan vast!” Ik heb hier gewoond, tien jaar geleden. Beschik nog steeds over een functionerend sociaal netwerk.

Na twee nachten in het Adlon (Max’ Papa houdt ervan de contrasten met mijn experiment vet aan te zetten) zijn we nu op onszelf. Passen op het huis van een bevriende collega. Zometeen gaan we naar de biologische winkel hier om de hoek. Poe-aah spannend; nog nooit zo onvoorbereid op een ruil aangestuurd.

jun 042010
 

100604 blog

Herman Wijffels spreekt (tijdens de slotconferentie aan het eind van 6 jaar Kennisnetwerk voor Systeeminnovatie):

Wijffels ziet onze maatschappelijke opgave als een integrale en culturele opgave: we staan voor een overgang naar een radicaal andere manier van leven: werken, consumeren, en produceren. Mijn werken en consumeren zijn door een jaar zonder geld – zonder opzet – radicaal veranderd. Dus mogen zijn woorden abstract klinken: ik voel, ik doorleef wat hij bedoelt. Wat frustrerend: giet ik mijn ervaring in woorden, staat het er weer net zo abstract als zijn lezing. I guess you have to be there…

Tot mijn genoegen stelt hij de vraag naar “wat is het goede leven”. Ook dit blijft een holle exercitie als je niet jezelf in een positie brengt waarin die vraag persoonlijke relevantie krijgt. Want het gaat hier – denk ik – weer niet om het vinden van een goed antwoord, maar om het vinden van een proces. Liever vraag ik dan ook naar “hoe goed te leven”. Voor mij is dat: ga doen wat je echt denkt te willen (de facto: breng jezelf in een lastig parket) en zie waar je creativiteit je brengt.

Bij een nieuwe term veer ik op: “transrationeel” leven. Vanuit ons Newtoniaanse, mechanistische wereldbeeld scholen we onze kinderen op hun rationele vaardigheden. Als je sociaal, emotioneel, motorisch talentvol bent dan is dat leuk maar niet iets om in te groeien. Wijffels zegt: “heel de mens. Laten we de potenties van een mens integraal verkennen, een leven lang.” Weer zie ik een onopzettelijk maar positief effect van mijn leven zonder geld: als wetenschapper was ik ook alleen maar een hoofdje. In mijn leven zonder geld mag ik andere talenten in de strijd gooien: van doortimmerde verhalen bouwer naar kokende, sportende, adviserende, ondernemende, lerende, netwerkende, acquirerende, aannemende, uitproberende, loslatende vrouw. Dit jaar heelt mij – zo voelt het echt. Maar zoals ik al zei: I guess you have to be there. – Leven zonder geld, anyone?

Referentie:

www.ksinetwork.nl

mrt 152010
 

“Companies harness the force of other people through economic transactions. Governments do it through coercion or legal instruments. Our model of collective action is based on voluntary engagement. We believe that people, when given free reign over their time, their energy, and their choices, can create deeply satisfying lives for themselves while contributing to a richer and better world for everyone around them.”
… dat kan ik alleen maar beamen…
Bron: de principes van het Rotterdam Collectief.
www.ro-co.nl

jan 262010
 

Een experiment heeft alleen maar zin als je er van leert: je observeert wat er anders gaat, en in hoeverre dat anders gaan relevant is voor de aanleiding tot je experiment. Sommige dingen gaan anders, maar da’s waarschijnlijk toeval (Max vindt mij momenteel nogal stom), of het is geen toeval en relevant (ik ervaar minder haast bij de dingen die ik doe), of het is geen toeval maar niet zo heel relevant. Over dat laatste gaat deze post.

Sinds 1 januari lukt het me ineens om mijn mobiele telefoon op te nemen.

Jarenlang ging het als volgt: de telefoon ging, en ik begon door huis te rennen of te graven in een tas, ritsjes los te ritsen, dat werk. In ieder geval hield de telefoon steevast op met rinkelen, exact op het moment dat ik op het groene knopje drukte. Daarop volgde dan een scheldtirane tegen de Telfort, die ik ervan verdacht met opzet zo’n korte tijd tot de voicemail te hanteren, omdat ze er meer aan verdienen als klanten hun vrienden terug moeten bellen. Direct terugbellen is kansloos, omdat de beller net geheel ongewenst tegen jouw voicemail zit te praten; <ding!, ding!, ding!>. Bon – op mysterieuze wijze is deze routine nu doorbroken.

Wat doe ik anders? Omdat ik mensen van mezelf niet mag terugbellen, zorg ik er voor dat ik mijn telefoon op grijpafstand heb. Tja. Als je maar wil, hè.

[Overigens zit ik nog te vlassen op een page voor deze blog met stellingen over mijn experiment - de meer relevante lessen.]