jan 252011
 

Zoveel werk, zoveel mensen…
Vanmiddag zat ik met Max bij het UVW. Al bij het parkeren van de fiets begon het: ik zie een jongen op zijn brommer stappen en vraag me af hoe ik me zou voelen als ik hier zou komen omdat ik werkeloos ben. Had prima gekund: een vrouw van midden dertig met verwarde haren en een slobberbroek, kind bij zich. Waarom ben ik zo opgelucht dat ik hier werk kom brengen in plaats van halen?
Binnen mogen we wachten tussen vrolijk gekleurde maar geheel geblindeerde hokjes. Het gevoel “gelukkig ben ik hier niet voor mezelf” houdt aan.
De aanleiding van mijn bezoekje is dat er wellicht, op termijn, ruimte ontstaat voor een werkervaringsplek in buurtcafé “the NeighbourHub”, resultaat van een van mijn pro deo projecten.
De jonge vrouw van het UVW vind ik subiet lief en oprecht; haar werk een tragische uitwas van onze maatschappij… “veertig procent van onze cliënten kan niet meer werken door een psychische oorzaak”; “sommige van mijn collega’s hebben een case-load van honderd mensen”; “we hebben een dringend tekort aan geschikte werkervaringsplekken”…
We kijken elkaar aan en verbazen ons gezamenlijk over de moeite die het kost om “baanongeschikte” maar werkwilligen, nee werk-”behoeftigen” en werk aan elkaar te koppelen.
Dat grijze gebied tussen de glanzende carrière en uitgebrand thuiszitten, daar wil ik iets maken. Daar is ruimte voor samen verder, voor helpen, leren, rolmodel zijn, ruilen, uitproberen en je veilig voelen. Werkeloosheid bestaat niet.

dec 202010
 

img_6176

Wat kan ik schrijven? “Een magisch jaar gaat ten einde…” wat kan ik schrijven zonder in oersaaie superlatieven te vervallen? “Ik raad het iedereen aan”? Nee; iedereen moet zijn eigen weg gaan. “Laten we met zijn allen op zoek gaan naar het grijze gebied tussen de markt en de verzorgingsstaat” klinkt al relevanter.

Het laatste jaar heb ik me mens gevoeld in mijn werk. Eigenaar gevoeld van mijn werk. In contact met de mensen met wie ik samen werk. Daar is iets te halen voor ons allemaal.

Uiteindelijk, aan het eind van dit jaar, met de laatste verplichtingen nagenoeg achter de rug voel ik een rust over me komen die ik nog niet eerder zo gevoeld heb. Het is de rust van iemand die beseft dat ze voor zichzelf kan zorgen. Niet alleen in de zin van: ik krijg wel brood op de plank, ook in de zin van: ik heb eraan geproefd hoe het is om te werken op een manier die ik vol kan houden, die recht doet aan mijn energie en richting. Persoonlijke duurzaamheid. Wat is daar voor nodig? In wat voor structuren gedijt dat soort arbeidsethos?

Telkens kom ik weer terug bij de metafoor van het lerende kind en het ouderschap dat dat vergt. Als ik teveel doe ontneem ik m’n kind de kansen om te leren, om fouten te maken, om te voelen dat het ‘zelf’ doet. Als ik te weinig doe durft het misschien helemaal niks of gaat het zo fout dat er schade ontstaat…

Ik weet hoe ik verder ga: met voorrang voor rust, en voor de spelende mens. Ik weet niet hoe het verder gaat met Nederland, met het monetaire systeem en de marketing van de angst. Als we om te beginnen zoveel mogelijk kinderen laten filosoferen over wat ze belangrijk vinden, en het met ze hebben over “goed voor jezelf zorgen” en “samenredzaamheid”. Weet je? Ik denk dat de rest daar uit zal moeten volgen…

Photo courtesy: Inge Rambags.

nov 302010
 

img_5926
Na de taai taai overdose tijdens de “precycle” Sinterklaas” (“we hebben allemaal wel van die cadeautjes gekregen waar anderen veel gelukkiger van worden”) hadden we toch een zekere pepernoot-verslaving opgebouwd… dan maar zelf aan het nootjes rollen geslagen.
Sowieso vind ik veel van wat ik doe voor of met Max leuker geworden zonder geld:
- oppas regelen zonder geld: leuker (ruilen met de buren);
- kleertjes en speelgoed zonder geld: leuker (krijgen van en weggeven aan vrienden en collega’s)…
… wat heb je nog meer voor extra’s nodig voor een vierjarige? Ach ja!: flexibele werktijden… [grijns].

nov 252010
 

wordleRAvB

Aan het begin van het eerste college van de reeks “Psychologie van de gebouwde omgeving” vroeg ik aan de studenten: “waarom zit je hier? Wat kom je halen?” Met hun motivaties (“ik wil leren hoe ik een fijn plein kan ontwerpen”; “kan en mag ik sturen of manipuleren?”) ging ik aan de slag. En van mijn analyse maakte ik een “wordle”.
Anders kijken, het begin van alle leren.

PS. Mijn onderwijsactiviteiten horen wel en niet bij mijn jaar: Ik benaderde de academie omdat ik zin had om met die materie (architectuur en stedenbouw) en op die plek (Heijplaat, de RAvB) te werken. Maar ik heb nooit echt een ruilgesprek gevoerd.