dec 282010
 

“Een bijstandsmoeder kan dit niet doen.”

Waarom wordt ik zo nijdig als ik dit hoor over mijn experiment? Overal ontmoet ik bewondering en nieuwsgierigheid, dus ja: ik ben verwend met positieve aandacht. En ja: ik wil ook openstaan voor kritiek. En inderdaad: een bijstandsmoeder zal het zwaar hebben met het realiseren van een dergelijk experiment.

Ik ben natuurlijk geraakt uit gevoelde miskenning: ik heb me een slag in de rondte gewerkt om dit jaar zo vorm te geven dat het in principe voor elke Nederlander doenlijk zou moeten zijn. Ik heb mezelf een soberheid aangemeten die me slagkracht en focus gaf, maar die de meesten zou afschrikken.

Maar vooral wordt ik nijdig als mensen liever wegkijken dan nadenken.

Want de vraag achter de sneer is (denk ik): wat is het essentiële verschil tussen een bijstandsmoeder en Carolien? Carolien is moeder, alleenstaand maar niet alleenopvoedend. Carolien was gewend aan een inkomen van ongeveer vijftienhonderd Euro en lage woonlasten (zeg vierhonderd Euro).

Maar het verschil zit’m niet in de materie, maar in de angst. Angst om het eind van de maand niet te halen, angst om je kind te kort te doen. Angst voor buitensluiting, stigmatisering. Angst om van geen betekenis te zijn. Een moeder, ingebed in een eigen netwerk, behept met een overtuigd moederschap en zich bewust van haar kunnen en van haar betekenis voor de mensen om haar heen; die vrouw zal met vlammend allure iets uithalen zoals eenjaarzondergeld.

De bewering kwam van dichtbij, zoals altijd met verraad. Maar vergeef je minnaars en je zusters voor die enkele keer dat ze achter je rug spreken. Uiteindelijk heb je aan jezelf de zwaarste dobber. Mijn nijd komt uit mezelf, uit onzekerheid die alleen maar vraagt: ben je werkelijk trouw aan jezelf?

feb 242010
 

Zes weken op weg en al drie keer gevraagd om mijn verhaal te komen doen – “om mensen te inspireren”, “om ze out of the box te laten denken”. Streel mijn ego, kom maar op, dit is waar ik het voor doe.

Mijn tweede optreden als Officieel Geldloze Freak blijkt bedoeld als onderdeel van de voorbereiding van studenten voor deelname aan WACAP: de conferentie van de World Alliance of Cities Against Poverty.

Oeps.

Daar gaat m’n ego. Ik ben leuk aan het spelen maar het oplossen van armoede is nooit uitgangspunt geweest, laat staan dat ik me zou durven verplaatsen in de positie van benadeelden in onze samenleving. Zie de post over toegang.

Ze willen me toch voor het voetlicht halen: het gaat om het re-framen van het probleem. Tja… re-frame is my middle name. Ik geef mijn workshop ten beste, voor 16 jonge mensen uit Kameroen, Nepal, Mexico, Nederland, Duitsland, Kenia, Sri Lanka, Ethiopie en Bangladesh. Ik begin met het verwoorden van mijn respect: ik voel me gepriviligeerd om drie kwartier te mogen werken met zo’n diverse en internationale groep. En ik haast me te vertellen dat ik nog nooit armoede gekend heb…

Wat ik doe in zo’n sessie is niet vertellen maar vragen: “Stel je voor: wat zou je doen als je mocht kiezen? Los van geld of baan.” “Wat doe je nu?” “Hoe zou het voelen?” “Wat zou er met de wereld gebeuren als meer mensen dat zouden doen?”
Ze aarzelen. Waar wil ze heen met ons?
Dan komen reacties die me houvast bieden: “soms wil iemand medicijnen studeren, maar de ouders ondersteunen hun kind financieel alleen als het rechten zal studeren. Dan studeert het rechten.” Een architecte: “ik zou graag duurzame sociale woningbouw ontwerpen, maar als er geen opdracht voor gegeven wordt, dan kan ik er niet aan werken.”

Mijn eigen, reële positie in dit gedachten-experiment verklap ik pas aan het eind. In het diepe van ontwikkelingsproblematiek gegooid, merk ik dat ik er voor moet waken niet in de verdediging te schieten: “ja jongens, natuurlijk snap ik dat ik dit vooral kan doen, omdat ik in Nederland woon.” Maar ze vallen me niet aan, en ze hebben met me meegedacht over het effect van geldstromen. Doel bereikt.

Toch be-eindig ik de sessie met het gevoel that I bit of more than I could chew – en ik benadruk opnieuw m’n nederigheid en dat ik geenzins denk een oplossing te hebben voor zo iets groots als armoede.

http://www.wacap2010-rotterdam.nl/

jan 162010
 

“Kingsley’s Crossing”, relaas van een vluchteling uit Kameroen, in dia-vertoning opgetekend door fotojournalist Olivier Jobard.
Stuitende omwegen, al het spaargeld van zijn ouders en een paar hoogtegraden later komt hij – topografisch doel bereikt – tot een schrijnende conclusie.
Te zien in het Fotomuseum van Rotterdam.

http://www.nederlandsfotomuseum.nl/