jan 252011
 

Zoveel werk, zoveel mensen…
Vanmiddag zat ik met Max bij het UVW. Al bij het parkeren van de fiets begon het: ik zie een jongen op zijn brommer stappen en vraag me af hoe ik me zou voelen als ik hier zou komen omdat ik werkeloos ben. Had prima gekund: een vrouw van midden dertig met verwarde haren en een slobberbroek, kind bij zich. Waarom ben ik zo opgelucht dat ik hier werk kom brengen in plaats van halen?
Binnen mogen we wachten tussen vrolijk gekleurde maar geheel geblindeerde hokjes. Het gevoel “gelukkig ben ik hier niet voor mezelf” houdt aan.
De aanleiding van mijn bezoekje is dat er wellicht, op termijn, ruimte ontstaat voor een werkervaringsplek in buurtcafé “the NeighbourHub”, resultaat van een van mijn pro deo projecten.
De jonge vrouw van het UVW vind ik subiet lief en oprecht; haar werk een tragische uitwas van onze maatschappij… “veertig procent van onze cliënten kan niet meer werken door een psychische oorzaak”; “sommige van mijn collega’s hebben een case-load van honderd mensen”; “we hebben een dringend tekort aan geschikte werkervaringsplekken”…
We kijken elkaar aan en verbazen ons gezamenlijk over de moeite die het kost om “baanongeschikte” maar werkwilligen, nee werk-”behoeftigen” en werk aan elkaar te koppelen.
Dat grijze gebied tussen de glanzende carrière en uitgebrand thuiszitten, daar wil ik iets maken. Daar is ruimte voor samen verder, voor helpen, leren, rolmodel zijn, ruilen, uitproberen en je veilig voelen. Werkeloosheid bestaat niet.

jan 222011
 

img_6659
Mijn “15 minutes of fame” komen nu wel heel dichtbij… NCRV’s Cappuccino kondigt aan:
“De weekboodschappen, een paar nieuwe sportschoenen, even langs de kapper, de tank volgooien, de stapel rekeningen via internetbankieren betalen en uit eten met vrienden. Een doorsnee weekend waarin je eigenlijk nog niets geks doet, maar ongemerkt geef je iedere dag flink wat geld uit. Carolien Hoogland besloot om het helemaal anders te doen. Ze plakte haar portemonnee dicht met een groot stuk tape en nam zich voor om een jaar lang zonder geld te leven. Zonder geld aan te nemen en zonder het uit te geven. Hoe was haar jaar zonder geld?”
En de uitzending… (11h10)

jan 032011
 

Maandagmiddag half zes. Het is de eerste maandag van de eerste maand van het jaar. Maandagen zijn niet m’n sterke punt. Ik denk nog: “het lijkt wel of ik uit een veilige cocon stap”. Want we zijn op weg naar de Albert Heijn. Niet puur voor de lol: de koelkast is leeg, de biologische winkel dicht, en er komt een vriend eten. Ik, zelfbenoemd culinaire restjeskonining en slowfood adept, begeef me in de betegelde wereld van eindeloze plasticverpakte keuzes.
Voor ik verder ga: weet dat ik een ontspannen ouder ben. Ik heb wel eens medelijden met omstanders die moeten toezien hoe Max en ik het Rotterdamse verkeer trotseren – ieder op zijn eigen fiets welteverstaan. En tijdens Singeldingen in het park of op het pleintje voor de An-Dijvie zoekt-ie het maar lekker zelf uit. Hij voelt en hoort me op perrons, parkeerplaatsen en kades. Maar verder is er maar weinig dat ik echt bedreigend vind.
Ik weet niet of het kwam door mijn korte nachten tijdens de vakantie, mijn eisprong of de sliert politiewagens die de afgelopen week het Mathenesserplein afzoomde. Maar toen ik naar de pinautomaat liep (portemonnee vergeten) en een blik achterom wierp naar het rooie petje van een treuzelende Max dacht ik “loop terug, loop nu terug. Dit keer niet hem uit het oog verliezen”.
De pinautomaat dee’ eerst alsof het hem alleen om de uitgifte van twintigjes ging maar eigenlijk viel er voor mij helemaal niks te pinnen. Al bij de kassa’s riep ik zijn naam. In de drie minuten daarop nog een keer of veertig. Keihard. Om me heen een zee van verschrikte gezichten, maar geen jongetje van een meter hoog met een bruine jas en een rood petje. Voor het eerst van mijn leven was ik blij met de security jongens.
“Kom maar, hij is binnen.” Hij was de winkel ingelopen. De winkel ingelopen en had me niet horen roepen; leeuwinnegebrul maakt geen schijn van kans in de akoestiek van een supermarkt om kwart voor zes. De bedrijfsleider was zelf moeder, we mochten bijkomen in haar kantoor, met een flesje water. Max was gelijk gefascineerd door de bewakingsmonitoren.
Call it a cocoon crash, call it what you will. Ik weet waar ik geweest ben, een jaar lang, ik weet wat ik gemist heb. Maar ik weet ook wat ik wil missen. Ik wil de ruis buiten houden. Gaat dat lukken in deze Efteling van Euro’s?

 Posted by at 19:33