jan 032011
 

Maandagmiddag half zes. Het is de eerste maandag van de eerste maand van het jaar. Maandagen zijn niet m’n sterke punt. Ik denk nog: “het lijkt wel of ik uit een veilige cocon stap”. Want we zijn op weg naar de Albert Heijn. Niet puur voor de lol: de koelkast is leeg, de biologische winkel dicht, en er komt een vriend eten. Ik, zelfbenoemd culinaire restjeskonining en slowfood adept, begeef me in de betegelde wereld van eindeloze plasticverpakte keuzes.
Voor ik verder ga: weet dat ik een ontspannen ouder ben. Ik heb wel eens medelijden met omstanders die moeten toezien hoe Max en ik het Rotterdamse verkeer trotseren – ieder op zijn eigen fiets welteverstaan. En tijdens Singeldingen in het park of op het pleintje voor de An-Dijvie zoekt-ie het maar lekker zelf uit. Hij voelt en hoort me op perrons, parkeerplaatsen en kades. Maar verder is er maar weinig dat ik echt bedreigend vind.
Ik weet niet of het kwam door mijn korte nachten tijdens de vakantie, mijn eisprong of de sliert politiewagens die de afgelopen week het Mathenesserplein afzoomde. Maar toen ik naar de pinautomaat liep (portemonnee vergeten) en een blik achterom wierp naar het rooie petje van een treuzelende Max dacht ik “loop terug, loop nu terug. Dit keer niet hem uit het oog verliezen”.
De pinautomaat dee’ eerst alsof het hem alleen om de uitgifte van twintigjes ging maar eigenlijk viel er voor mij helemaal niks te pinnen. Al bij de kassa’s riep ik zijn naam. In de drie minuten daarop nog een keer of veertig. Keihard. Om me heen een zee van verschrikte gezichten, maar geen jongetje van een meter hoog met een bruine jas en een rood petje. Voor het eerst van mijn leven was ik blij met de security jongens.
“Kom maar, hij is binnen.” Hij was de winkel ingelopen. De winkel ingelopen en had me niet horen roepen; leeuwinnegebrul maakt geen schijn van kans in de akoestiek van een supermarkt om kwart voor zes. De bedrijfsleider was zelf moeder, we mochten bijkomen in haar kantoor, met een flesje water. Max was gelijk gefascineerd door de bewakingsmonitoren.
Call it a cocoon crash, call it what you will. Ik weet waar ik geweest ben, een jaar lang, ik weet wat ik gemist heb. Maar ik weet ook wat ik wil missen. Ik wil de ruis buiten houden. Gaat dat lukken in deze Efteling van Euro’s?

 Posted by at 19:33
dec 282010
 

“Een bijstandsmoeder kan dit niet doen.”

Waarom wordt ik zo nijdig als ik dit hoor over mijn experiment? Overal ontmoet ik bewondering en nieuwsgierigheid, dus ja: ik ben verwend met positieve aandacht. En ja: ik wil ook openstaan voor kritiek. En inderdaad: een bijstandsmoeder zal het zwaar hebben met het realiseren van een dergelijk experiment.

Ik ben natuurlijk geraakt uit gevoelde miskenning: ik heb me een slag in de rondte gewerkt om dit jaar zo vorm te geven dat het in principe voor elke Nederlander doenlijk zou moeten zijn. Ik heb mezelf een soberheid aangemeten die me slagkracht en focus gaf, maar die de meesten zou afschrikken.

Maar vooral wordt ik nijdig als mensen liever wegkijken dan nadenken.

Want de vraag achter de sneer is (denk ik): wat is het essentiële verschil tussen een bijstandsmoeder en Carolien? Carolien is moeder, alleenstaand maar niet alleenopvoedend. Carolien was gewend aan een inkomen van ongeveer vijftienhonderd Euro en lage woonlasten (zeg vierhonderd Euro).

Maar het verschil zit’m niet in de materie, maar in de angst. Angst om het eind van de maand niet te halen, angst om je kind te kort te doen. Angst voor buitensluiting, stigmatisering. Angst om van geen betekenis te zijn. Een moeder, ingebed in een eigen netwerk, behept met een overtuigd moederschap en zich bewust van haar kunnen en van haar betekenis voor de mensen om haar heen; die vrouw zal met vlammend allure iets uithalen zoals eenjaarzondergeld.

De bewering kwam van dichtbij, zoals altijd met verraad. Maar vergeef je minnaars en je zusters voor die enkele keer dat ze achter je rug spreken. Uiteindelijk heb je aan jezelf de zwaarste dobber. Mijn nijd komt uit mezelf, uit onzekerheid die alleen maar vraagt: ben je werkelijk trouw aan jezelf?

dec 202010
 

img_6176

Wat kan ik schrijven? “Een magisch jaar gaat ten einde…” wat kan ik schrijven zonder in oersaaie superlatieven te vervallen? “Ik raad het iedereen aan”? Nee; iedereen moet zijn eigen weg gaan. “Laten we met zijn allen op zoek gaan naar het grijze gebied tussen de markt en de verzorgingsstaat” klinkt al relevanter.

Het laatste jaar heb ik me mens gevoeld in mijn werk. Eigenaar gevoeld van mijn werk. In contact met de mensen met wie ik samen werk. Daar is iets te halen voor ons allemaal.

Uiteindelijk, aan het eind van dit jaar, met de laatste verplichtingen nagenoeg achter de rug voel ik een rust over me komen die ik nog niet eerder zo gevoeld heb. Het is de rust van iemand die beseft dat ze voor zichzelf kan zorgen. Niet alleen in de zin van: ik krijg wel brood op de plank, ook in de zin van: ik heb eraan geproefd hoe het is om te werken op een manier die ik vol kan houden, die recht doet aan mijn energie en richting. Persoonlijke duurzaamheid. Wat is daar voor nodig? In wat voor structuren gedijt dat soort arbeidsethos?

Telkens kom ik weer terug bij de metafoor van het lerende kind en het ouderschap dat dat vergt. Als ik teveel doe ontneem ik m’n kind de kansen om te leren, om fouten te maken, om te voelen dat het ‘zelf’ doet. Als ik te weinig doe durft het misschien helemaal niks of gaat het zo fout dat er schade ontstaat…

Ik weet hoe ik verder ga: met voorrang voor rust, en voor de spelende mens. Ik weet niet hoe het verder gaat met Nederland, met het monetaire systeem en de marketing van de angst. Als we om te beginnen zoveel mogelijk kinderen laten filosoferen over wat ze belangrijk vinden, en het met ze hebben over “goed voor jezelf zorgen” en “samenredzaamheid”. Weet je? Ik denk dat de rest daar uit zal moeten volgen…

Photo courtesy: Inge Rambags.

dec 172010
 

Screenshot1

Dit staat op de koelkast van the Hub Amsterdam. Vrijdag was ik voor het eerst in de 020 Hub. (Na anderhalf uur genoegzaam door de sneeuw banjeren, vanuit Buitenveldert.) Ik had afgesproken met Sebastian Olma, die co-working spaces in Berlijn en Rotterdam onderzocht heeft, vanuit zijn fascinatie voor vitaliteit & creativiteit in ons hedendaagse kapitalisme.

dec 022010
 

img_5937

Het eerste maskertje, dit jaar. Ik heb dit ontzettend veel meer tijd besteed aan: sporten, dansen, lachen en eten met vrienden, schrijven… maar gewoon tutten? Een vriendin vragen om mijn haar te knippen? De uren tussen Max’ bedtijd en die van mezelf zit ik meestal achter de computer. Hm. Voer voor de evaluator.

dec 012010
 

Photo courtesy: David Monniaux

Photo courtesy: David Monniaux (via Creative Commons)


Geheel ongepland (maar hoe naïef kan een mens zijn) leerde ik dit jaar over ons economisch systeem, over ons banksysteem, over alternatieve systemen… Om een idee te krijgen van mijn leercurve: ik dacht dat de goudstandaard nog bestond en dat bijdrukken nog steeds illegaal was. Twintig jaar een SoFi nummer, en nu voor het eerst gekeken en geluisterd. Dus als ik hoor van Eric Cantona’s campagne voor een bank run, begint het derde aapje opgewonden te kwebbelen: ik schrijf (geheel tegen mijn principe, tenzij het gaat om aankondigingen van mijn Zoete Inval dinner parties) rondmails aan vrienden en collega’s. Aanvullingen welkom! Zie ook de discussie op Societal Transitions.

Een tip:
– wil je mensen meekrijgen? Schrijf een laconiek “hey kijk eens wat hier gebeurt”.
– wil je kritische vragen? Laat je eigen mening duidelijk zien in een krachtige oproep om mee te doen.

Enfin, nu ben ik dus verhuisd van het standpunt “jottem laten we de banken gek maken” naar mijn oude vertrouwde onderzoekshouding “wat zijn hier eigenlijk de voor- en nadelen van?”.

Pro:
Chaos.
Scaring the daylights out of bank officials.

Con:
Chaos. ;)
This will harm not only the ‘bad’ banks but also the ethically concerned ones. Governments might choose to ‘save’ the banks by putting in lots of tax money. Perverse effect…
What happens if vulnerable people loose their savings? Elderly, poor people. (CH: this is actually a question. In the case of a bankrun, do we eliminate debts and savings? Are we then as rich as our
material possessions?). What happens to savings in general? Will only farmers have access to food?
(idem) We don’t know what the ramifications might be. (CH: war? People killing
for food? Why? As long as we all keep going to (essential) work…).

Alternative solutions suggested:
Putting all your money in an ethical bank. (CH: we already tried that for a few decades. Apparently it only appeals to a few of us.)

http://www.positivemoney.org.uk/

nov 302010
 

img_5926
Na de taai taai overdose tijdens de “precycle” Sinterklaas” (“we hebben allemaal wel van die cadeautjes gekregen waar anderen veel gelukkiger van worden”) hadden we toch een zekere pepernoot-verslaving opgebouwd… dan maar zelf aan het nootjes rollen geslagen.
Sowieso vind ik veel van wat ik doe voor of met Max leuker geworden zonder geld:
- oppas regelen zonder geld: leuker (ruilen met de buren);
- kleertjes en speelgoed zonder geld: leuker (krijgen van en weggeven aan vrienden en collega’s)…
… wat heb je nog meer voor extra’s nodig voor een vierjarige? Ach ja!: flexibele werktijden… [grijns].

nov 302010
 

I think this financial crisis is a very good wake-up call for the rest of the world. The reason this continent hasn’t been affected as badly as the rest of the world is that we don’t have that culture of borrowing. African culture is, if you can afford something, you buy it. You pay cash and you buy it.
Salim Amin in “Futures of Technology in Africa” (Jasper Grosskurth, 2010, p. 129).